1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 78
54
J. BLOK
trant van het genoemde memorandum — met de huidige cultuurcrisis? Kan men hier zonder te vervallen in algemene aanklachten of klachten, zó spreken, dat duidelijk zichtbaar wordt waar de kerk in haar verkondiging, belijden en leven faalt of achterlijk is en waar dit speciaal te maken heeft met de ontwikkeling van de natuurwetenschap?" De redactie van „Geloof en Wetenschap" heeft gevraagd in een artikel de aandacht te vestigen op de problemen die hier aan de orde zijn. Voor die aandacht is zeker wel reden. Het betreft hier niet alleen maar een aantal vragen waarover natuurfilosofen van tijd tot tijd een artikel kunnen schrijven en waarin amateurfilosofen zich bij tijd en wijle ter verpozing kunnen verdiepen. Het gaat zelfs niet alleen om „conflicten" en ,,aanvechtingen" die christenonderzoekers zouden kunnen kwellen. In feite loopt het met die conflicten en aanvechtingen nogal los. Als illustratie hiervan een citaat uit het te bespreken boek „de eerste ervaring van onze gesprekken kwam neer op de constatering van het nuchtere feit, dat de gesprekspartners zich persoonlijk toch merkwaardig weinig gedrukt voelden door een werkelijke tegenstelling, een kloof tussen natuurwetenschap en geloof, die een aanvechting betekende voor het geloofsleven. De dreiging van deze eerste gespreksperiode was eigenlijk, dat het gesprek geen thema en inhoud kon vinden bij gebrek aan problemen", (pag. XI) Het grote belang van een nadere bestudering van de vragen over geloof en wetenschap is m.i. gelegen in de noodzaak onze houding te bepalen in de huidige crisis die het scheppingsgeloof doormaakt. Juist dit scheppingsgeloof wekte in de afgelopen eeuwen, bij alle onrust op theologisch gebied vaak de indruk van „een eiland van rust en vanzelfsprekendheid te zijn temidden van de woelige zee der geloofszekerheden en onzekerheden" (pag. 2). Geloof in God de Schepper scheen een evidente zaak te zijn voor Rooms-Katholieken, voor orthodox-protestanten en voor vrijzinnig protestanten. In de twintigste eeuw is echter ook dit geloofsstuk in de smeltkroes geworpen en in veel recente literatuur vindt men duidelijk geformuleerd dat men de Vaderlijke Scheppergod als een onjuiste constructie afwijst (pag. 3). De vraag komt op wat hier achter zit. Speelt bij deze opstand tegen de Scheppergod de recente ontwikkeling op natuurwetenschappelijk gebied een rol? De Jong noemt een drietal vragen die in deze eeuw sterk naar voren kwamen en die nauw met deze ontwikkeling samenhangen (pag. 5 en 6). Eerst noemt hij de bekende vragen over het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's