Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 180

2 minuten leestijd

144

A. TROOST

Prof. Hulsbosch waardeert dit (evenals wij) positief, en niet zozeer als een verlating van de natuurwetsgedachte, maar als een verruiming daarvan. Ook stemmen wij met hem in, wanneer hij toch een gevaar ziet, nl. dat wij de lichamelijkheid geheel loslaten als mede-normerende instantie, en er mee doen wat wij willen. Terecht signaleert prof. Hulsbosch hierin een andere versie van het oude dualisme, dat opnieuw een deel van de menselijkheid ontmenselijkt. Tegenover de natuurrechts-moraal-oude-trant, komt dan de moderne „vrijheids"moraal: slechts het primaat is verlegd, maar het dualisme is gebleven. Daartegenover stelt prof. Hulsbosch terecht dat het subject ondeelbaar is. Maar toch ... Wat ons evenwel treft, is dit, dat in het betoog van prof. Hulsbosch om te beginnen de terminologie van het oude dualisme nog dikwijls voorkomt en dan ook inhoudelijk blijft mee-functioneren. Om (terecht o.i.) de menselijkheid ook van de menselijke biologische en psychische structuren te onderstrepen, alsook het mede-biologisch bepaald zijn van het menselijk oordeel, drukt de schrijver zich bv. zo uit: „Het is niet mogelijk de geest op te vatten als een geïsoleerde instantie, die onafhankelijk van het lichaam oordeelt; de geest is geincarneerd en zijn oordeel wordt mede door deze incarnatie bepaald" (171). We willen gaarne honoreren dat de schrijver het geïsoleerd-ziin van de geest bestrijdt en dat hij op het bovenstaande laat volgen: „Het spreken over geest en lichaam kan gemakkelijk op een dwaalspoor leiden", maar dat dwaalspoor is dan toch wel duidelijk beperkt gezien tot de isolatie van lichaam en ziel ten opzichte van elkaar. Maar de traditionele visie op de ziel als „anima rationalis" klinkt toch wel telkens door, wanneer de persoonsdimensie van de mens gezien wordt in de „intellectualiteit", in de geest als de „rede" die (en dat wordt genoemd als een symptoom van de geheel nieuwe waardering van het lichamelijke, 189) in de persoonlijke dimensie de „aardse werkelijkheid" vermenselijkt. Het evolutionistisch perspectief Nogmaals, wij waarderen zeer dat op allerlei wijze door de schrijver duidelijk gemaakt wordt dat de vroegere „geslachtsdaad" door de integrering in de persoon en in de persoonsrelatie als „geslachtsgemeenschap" moet worden geïnterpreteerd (189). Maar de oude, dualistische gedachte van de ziel als anima rationalis horen we toch

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 180

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's