Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 235

2 minuten leestijd

„HONDEBD JAAR MENDEL"

195

1900. Het komt mij voor, dat alle grote figuren van 1865 tot en met 1900 tot hun recht komen. Heimans' kennis van de historische gang van zaken heeft veel verduidelijkt o.a. door wat hij van het boek over Pflanzenmischlinge van Focke in 1881 vertelt. Daaruit blijkt dat deze Mendel's geschriften kende, maar ze niet volkomen verwerkt heeft, wat de periode van onkunde omtrent Mendel's uitzonderlijke betekenis verlengd heeft. Heimans meent, dat de sleutel tot de fundamentele betekenis van Mendel's werk reeds in de korte pangenenleer van 1889 van Hugo de Vries gegeven was. Over W. Bateson zegt hij, dat deze wel de grondlegger is geworden van de mendelistische genetica, omdat diens gedachten zich reeds in deze richting bewogen, maar dat men hem niet tot de herontdekkers kan rekenen. Toch was hij zo ver gevorderd, dat hij reeds in mei 1900 de strekking van Mendel's wetten kon uiteenzetten. Wat Mendel zelf betreft, een theoretische genenleer heeft hij niet opgesteld. Hij hield zich meer met de fenotypen bezig en voelde er geen behoefte aan zijn conclusies te verbinden met een leer over het ontstaan der soorten en een daarbij behorende erfelijkheidstheorie. Eriüten toen en nu Volgens Wellensiek is gebleken dat de erwt (Pisum) op botanisch gebied bijna even belangrijk is geworden als de bananenvlieg (Drosophila) en de muis op zoölogisch terrein. Voor biologen lijkt mij dit een waardevol artikel. De erwt heeft haploied 7 chromosomen, hetzelfde aantal van Mendel's kenmerkparen of genen, waarvan drie in afzonderlijke chromosomen bleken te liggen en waarvan 2 maal twee in één chromosoom liggen, maar aan tegenovergestelde uiteinden, zodat de verhoudingen in de F2 generatie niet verschillen van die van onafhankelijke splitsing. Op het ogenblik zijn in deze chromosomen ongeveer 200 genen bekend. Chromosomale translocaties, duplicaties e.a. werden vastgesteld. Spontane mutaties zijn zeldzaam, maar de kunstmatig verwekte mutabiliteit is groot. Na de voordracht van Wellensiek komen er drie. die bizonder veel van het voorstellingsvermogen van de niet-ingewijde hoorder of lezer vragen, teweten die van Sobels over „Mutatie", die van Rörsch over „Mendelisme en micro-organismen" en die van Van Arkel over het „Genbegrip". Dit ligt allerminst aan de auteurs, maar veeleer aan de ingewikkelde stof, die behandeld wordt. Daar zij zich bizonder slecht-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 235

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's