1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 92
68 de symboles" Op de linguïstische analyse en diepte-psychologische interpretatie van de bijbel wordt m Hoofdstuk 50 nader ingegaan. Fortmann constateert, dat we nog diep in de theologische en exegetische problemen zitten en hij weet maar al te goed, dat dit boek er niet een heeft opgelost Men zou evenwel zijn nut kunnen doen met twee hermeneutische regels, die vrucht lijken te beloven a men mag de bijbelse en theologische taal beschouwen als een symbolische taal, die het onuitsprekelijke uitdrukt, b de schrift mag worden benaderd op de wijze waarop men mythen behoort te benaderen als uitspraken, die uit de diepte der ziel komen en dus een dieptepsychologische interpretatie vragen De bijbel is zoals die gelezen wordt, zeker m zover zij mytisch is, poly-mterpretabel Dat was natuurlijk, volgens Fortmann, de reden waarom de kerk van Rome de bijbel-mterpretatie niet aan de individuen wilde overlaten en waarom een spreekwoord zegt iedere ketter heeft zijn letter Het beeld immers is altijd veelzmnig, het is „afhankelijk" van het oog waardoor het wordt gezien In Hoofdstuk 51, getiteld Het Dogma, wordt onderscheid gemaakt tussen dogma en dogmatisme ZIJ liggen maar al te dikwijls naast elkaar Het dogma wordt vergeleken met een muur, het dogmatisch geloof maakt de mens maar al te gemakkelijk denklui, denkschuw Men hoeiÉt, zo lijkt het, er niet meer over te denken (het is immers zo), men mag er niet over denken (want denken is twijfelen en twijfelen mag niet) Dit gevaar zal nooit worden bezworen Het blijft acuut en dreigend voor iedereen die gelooft (blz 151) Wat blijft er nu van het geloof over Kier kegaard, Brunner en Bultmann trekken zich terug op de para-
BOEKBESPREKING dox ,,credo quia absurdum", „und dennoch" Volgens Bultmann kan het geloof zich niet verdedigen tegen het verwijt, dat het slechts een illusie is Bultmann wordt met zijn algehele ontmythologisering door Fortmann gezien als een exponent der reformatie De protestant zocht naar de innerlijke ervaring, maar hij werd dan ook veel meer bedreigd door een innerlijke chaos In Hoofdstuk 52 komt de schrijver terug op de relatie tussen symbool en werkelijkheid Hij sluit hier aan bij het onderscheid door Durand aangebracht tussen de reducerende en de mstauratieve hermeneutica Tot de reducerende worden die theorieën gerekend, welke het symbool gelijkstellen met het teken Kenmerk van het teken is, dat het duidt op iets, dat reeds bekend is Instauratief daarentegen noemt Durand een hermeneutica, welke erkent dat het echte symbool zich onderscheidt van het teken doordat het betrekking heeft op iets dat onbekend is en op geen andere manier kan worden gekend dan juist door het symbool Het symbool hoort dan ook thuis in de metafysiek, de religie en de kunst Het is een transfiguratie van een zmtuigelijk gegeven doordat dit een nieuwe zin krijgt Dit transcendente (wat men daaronder ook wil verstaan, het goddelijke, heilige, de diepere zm, het onbewuste) dat gesymboliseerd wordt, kan als zijn symbool alles in dienst nemen, zoals uit de godsdienstgeschiedenis blijkt een rots, een edelsteen, een boom, een vogel, een slang, een planeet of een menselijke incarnatie, zoals Jezus, Boeddha of Krishna In het symbool wordt de transcendentie zichtbaar uitgedrukt, waarbij God bedoeld wordt, dan wel de diepere werkelijkheid van de wereld of van de mens De godsdienstgeschiedenis geeft verder het bewijs, dat het symbool op individuen en gemeenschappen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's