1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 264
220
L. VLIJM
verontreiniging en luchtvervuiling nu vrijwel iedere dag in de courant kan lezen. Hij kweekte zijn voedselplanten in onafzienbare monoculturen, gretig ontdekt door schadelijke insecten, en geschikt voor sommige onkruiden tevens. Hij gebruikte pesticiden: insecticiden en herbiciden en wordt langzamerhand geconfronteerd met de vraag wat hij eigenlijk deed. Hij ontwierp de atoombom en werd geconfronteerd met de slachtoffers van Hiroshima. En nu is hij langzaam bezig, aan de hand van een fruitvlieg, te bestuderen wat hij eigenlijk heeft gedaan. Hij maakte middelen om in slaap te komen en zag kinderen zonder ledematen. Hij gebruikte „de pil", maar is nog niet zeker van de nevenverschijnselen die zich in de toekomst zullen voordoen. Hij is gedreven tot het doen van dingen die hij uiteindelijk niet begrijpt, als hij niet vóór die tijd onder de inspanning van het doen bezweken is. En intussen neemt zijn aantal toe, bedreigen zijn populaties zichzelf, want noch de honger, noch de pest, noch de oorlog is verdwenen. Zij blijven als een dreiging boven de mensheid hangen èn slaan toe, nu, op dit moment, zij het niet hier. De schets die ik U gaf, is niet nieuw, zij is ook niet juist, naar ik aanneem. Zij kan niet juist zijn, zou ik nog beter kunnen zeggen. De vrijheid, die de mens verkregen heeft, is niet alleen maar een vrijheid, die laat zien dat hij geen verantwoordelijkheid dragen kan. Die vrijheid, die wellicht ook zelf-reflectie zou kunnen worden genoemd, houdt meer in. De mens is vrij zichzelf te bezien en zichzelf te corrigeren. In dit verantwoordelijkheidsbesef geeft de mens getuigenis van een groeiend inzicht o.a. in zijn biotisch wezen, al geef ik direct toe dat daarmee de problemen niet uit de wereld zijn. Wij leven in de tijd van de noögenese, zoals dat door Vernadsky, en daarna, uitgebreider, door Teilhard de Chardin is aangegeven en gedeeltelijk ook uitgewerkt. Noögenesis: een ontstaan van een algemene tijdgeest, een geest die algemeen over de wereld gaat waaien, een collectieve bewustwording, die ook aan de individuen van onze vereniging niet voorbij gaat. Ik zou van die zelf-reflectie van de mens, weer terugkomend tot het vlak van de bioloog, willen uitgaan bij de vraag wat men, vanuit de kennis van het dier en zijn omgeving, zou kunnen zeggen over de positie van de mens. De mens is door zijn biologische barrière gevlogen en ziet die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's