1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 114
86
R. J. PLANTA
Voorts geeft dit een treffend voorbeeld van de wijze, waarop de natuurlijke selectie werkt, het proces dat richting geeft aan de evolutie. Selectie is in dit geval geen bewuste keuze, doch het uitsluitende gevolg van een gemiddeld grotere voortplanting van de individuen, die het beste aan het milieu zijn aangepast. Volgens de evolutietheorie zouden de verschillende levende organismen in een langdurig en vloeiend proces geleidelijk uit elkaar zijn ontstaan. Dit idee is mede gebaseerd op de voor een ieder duidelijk waarneembare erfelijke variabiliteit van de verschillende levensvormen. Immers, niet twee mensen zijn volstrekt aan elkaar gelijk. De verklaring van deze variatie ligt in het feit, dat de in de erfsubstantie opgeslagen informatie gewoonlijk weliswaar exact aan de nakomelingenschap wordt doorgegeven, maar dat zo nu en dan mutaties optreden, dat zijn lukrake veranderingen in de erfelijke boodschap. Het optreden van dergelijke veranderingen of mutaties blijkt uit talloze voorbeelden, waarvan de reeds besproken sikkelcelhemoglobine, zoals gezegd, er één is. Tengevolge van deze mutaties ontstaan er kleine structurele en functionele verschillen tussen de individuen van een levenssoort. Ook hier geldt dat niet elke verandering een verbetering is. Vaak zijn dan ook de overlevingskansen en daarmee de voortplantingsmogelijkheden van de betrokken individuen minder gunstig dan van hun soortgenoten. We hebben uit het voorbeeld van de sikkelcelanemie reeds gezien dat een nadelige mutatie leidt tot een geleidelijke uitsterving. Doch in enkele gevallen biedt een mutatie het individu betere mogelijkheden voor handhaving in het milieu, waarin het is geplaatst. De daaruit voortvloeiende hogere voortplantingsfactor — de natuurlijke selectie — voert tot een toenemende verspreiding van de gunstig gebleken mutatie in de volgende generaties. Het geaccumuleerde effect van een groot aantal opeenvolgende mutaties op verschillende plaatsen van de erfsubstantie — een effect dat overigens pas na vele generaties zichtbaar wordt — voert tenslotte tot een wezenlijke verandering van een levenssoort, hetgeen betekent dat er geleidelijk een nieuwe levenssoort is ontstaan. Nu is de omgeving geen onveranderlijke grootheid, integendeel, en de levende organismen dragen zelf in hoge mate bij tot een voortdurende verandering van de omgeving, o.a. door de producten die zij aan de omgeving afgeven. Hierbij denk ik niet alleen aan de door de mensheid veroorzaakte verontreiniging van lucht en water. Veel ingrijpender hebben de planten de atmosfeer veranderd door het proces
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's