1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 323
BEVOLKINGSDRUK ALS INTERNATIONAAL VRAAGSTUK
271
kernpunten. In de eerste plaats de gezondheidszorg. Deze zal zoveel mogelijk mensen, en vooral kinderen, mensen-van-de-toekomst, dienen te bereiken en dus preventief gericht dienen te zijn. Bovendien zal zij, meer dan tot dusver vaak het geval is geweest, een geïntegreerd karakter moeten dragen, zowel naar binnen (integratie tussen de diverse takken van gezondheidszorg) als naar buiten (integratie met andere „welzijnsdiensten"). En nu kom ik even terug op de opmerking die ik op blz. 263 maakte over de geslaagde anti-malariacampagne in Ceylon. Als campagne was dit een model, en het effect is bijzonder groot geweest; de malaria, tot na de Tweede Wereldoorlog „killer no. 1", verdween in vele streken van het toneel. Maar men had nagelaten uit dit gewenste en voorziene effect de conclusie te trekken dat de campagne een toeneming van het aantal in leven blijvende kleuters (om over de ouderen niet te spreken) zou hebben, en dat er voor die kinderen voldoende te eten zou moeten zijn. Zo kwam het dat de paediater in Colombo mij enige jaren geleden kon vertellen dat hij moeite had om zijn studenten een geval van malaria te tonen (waarvan hij er vroeger zalen vol had), maar dat hij nu gevallen van zware wanvoeding, kwashiorkor, kon demonstreren (die hij vroeger nauwelijks had gekend). Op de details van de te verlenen gezondheidszorg zou ik hier niet verder in willen gaan, evenmin als op die van de voedingsverbetering. Wel zou ik willen wijzen op het ontzaglijk grote belang van voorlichting der bevolking, niet alleen ten aanzien van wat ze zouden moeten eten, maar ook ten aanzien van de wijze waarop ze dat voedsel plaatselijk zouden kunnen verkrijgen. Echter, voor de optimale verwerking van dergelijke voorlichting is weer een zeker ontwikkelingspeil nodig, hetgeen derhalve het belang, neen, de noodzakelijkheid van goed onderwijs voor iedereen aantoont. Hiermede is het in vele ontwikkelingslanden evenwel nog slecht gesteld. Allerlei oorzaken werken daartoe mee: het tekort aan geschoolde onderwijskrachten, de lage salarissen, maar ook het feit dat de leerlingen na enige jaren van school worden genomen, omdat ze mee moeten helpen de kost te verdienen. Voorts acht men het, speciaal in Moslemgebieden, nogal eens overbodig om de meisjes onderwijs te laten geven. Enkele cijfers: in Hongkong en in Japan bezoekt ongeveer 80 % van de jeugd tussen de 6 en 19 een school, de meisjes een paar procent minder. In Indonesië is dat 40 % voor de jongens en 33 % voor de meisjes, in Pakistan 20 % van de jongens en nog geen 10 % van de meisjes (cijfers van ca 1960). En het aantal dat in sommige landen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's