1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 360
304
J. LEVER
In de tegenwoordige tijd zijn deze gevoelens nog levend en van groot belang in het Oosten. Men denke aan het probleem van de 180 miljoen koeien in India, en de houding van verscheidene religies ten aanzien van het eten van varkens. Maar ook in het Westen zijn reminiscenties te vinden in bv. geluksdieren in auto's, in paardenhoefijzers en regimentsbokken. De sterk toegenomen kennis heeft echter in onze maatschappij tot gevolg gehad dat deze franjes van het diermysterie grotendeels zijn afgeknipt. Aan de andere kant geldt dat hoe meer wij van de dieren weten, hoe groter onze bewondering kan en behoort te worden. Een bewondering voor de natruir bij sommigen, bij anderen zich religieus vullend in het besef hierin het werk van de Schepper te zien. Hoe onze kennis ook toeneemt het diermysterie blijft. Wij kunnen niet in de huid van het dier kruipen, wij weten niet wat het voelt, hoe het de werkelijkheid beleeft, en of en wat het zich bewust is. Dit geldt in het bijzonder voor de dieren die in een eeuwenlang proces onze kameraden in de cultuur zijn geworden. Het is deze bewondering, dit mysterieuze, deze vriendschap, die ons huiverig doen zijn ten aanzien van het verrichten van proeven die zeer ver in het individuele leven van het dier ingrijpen, die het pijn kunnen veroorzaken of misschien zelfs leed. Het is dan ook begrijpelijk dat van de zijde van de antivivisectionisten geageerd wordt tegen het doen van experimenten met huisdieren.Wanneer wij echter bedenken dat niet de helft van de momenteel hier aanwezigen nog geleefd zou hebben wanneer er geen dierproeven waren uitgevoerd, en het zonder enige twijfel onze plicht is het lijden en de honger waaraan ook nu nog de meerderheid van de wereldbevolking bloot staat te bestrijden, dan mogen deze gevoelens geen belemmeringen voor deskundig, voorzichtig uitgevoerd en adaequaat onderzoek zijn. Men bedenke ook dat biologen dikwijls juist uit liefde voor dieren hun studiekeuze hebben gedaan, en dat juist medici en dierenartsen zo met het lijden van mens en dier begaan zijn, dat zij hierdoor hun levensloop lieten bepalen. De gedachte dat enige vorm van sadisme bij het verrichten der dierexperimenten een rol zou spelen dient dan ook verworpen te worden. Wanneer wij de huidige hygiƫnische toestand in Nederland, de gemiddelde levensduur, de overvloed van voedsel, de rijkdom aan moderne geneesmiddelen, het vrijwel ontbreken van parasieten, en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's