Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 81

2 minuten leestijd

„SCHEPPINGSGELOOF, NATUUR EN WETENSCHAP"

57

het mensenhart zou gaan (o.a. Bultmann) (pag. 40). Deze laatste reductie van het heilsgebeuren tot het in Christus gegrepen zijn biedt wel-is-waar voor meerderen tegenwoordig een uitweg uit het dilemma van bijbels patroon versus modem werkelijkheidsbesef, het betekent tevens een uitermate verarming en vervluchtiging van het bijbelse geloof (pag. 63 en 68). Hoe heeft het scheppingsgeloof ingewerkt op de gedachten over de natuur? Op deze vraag gaat Dippel in, zich nauw aansluitend bij publikaties van Michael B. Foster. Hij legt daarbij sterk de nadruk op de contingentie in het werk van de Schepper, in tegenstelling tot wat in het Griekse denken werd aangenomen: de natuur is intelligibel, de menselijke rede kan de noodzaak van de verschillende verbanden navorsen. De contingentie komt voort uit de wezenlijke oorspronkelijkheid, de ondoorgrondelijke en onvoorstelbare bewegelijke vindingrijkheid in Gods werken. Ze houdt in dat voor de mens Gods werken zich als contingent voordoen, niet samenhangend in een voor ons samenhangend verband; Gods werken zijn voor ons wonderbaar (pag. 88) Deze contingentie heeft tot gevolg, dat in plaats van de logische redeneringen gebruikt bij pogingen de natuur te begrijpen nu de beschrijving op grond van de zintuigelijke ervaring en waarneming komt. Bij studie van de natuur speelt dan de empirische, experimentele methode een grote rol. Algemeen rationeel vast te stellen principes voor natuurverklaring zijn niet op te stellen (91). Dit betekent dan het eind van een natuurlijk-theologisch gekleurde natuurbeschouwing. In de tijd van de Reformatie is het besef van deze situatie tot verschillende onderzoekers doorgedrongen en is het eerherstel van de empirische methode er door bevorderd. Toch moet geconstateerd worden dat, hoewel de empirische methode overwonnen had, in het denken de natuurgedachte nog vaak de overhand had boven de scheppingsgedachte. Het bedenken van systemen voor de synthese van christelijk geloof en wetenschap oefende vaak meer aantrekkingskracht uit dan de nuchtere resultaten van het empirische natuuronderzoek. Wanneer dan de voortgang der natuurwetenschap deze synthetische constructies wegvaagt, ervaart men dit als het ontstaan van een kloof tussen geloof en natuurwetenschap of tussen theologie en filosofie en de natuurwetenschappen. Vaak wordt dan later de natuurwetenschap wel gevolgd, maar niet uitgaande van het besef van contingentie, veeleer uit horigheid (pag. 98).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 81

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's