1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 94
70 God gebleven, om van de engelen maar met te spreken In Hoofdstuk 57 wordt ingegaan op de betekenis van het sacrament en de bevoegdheid der psychologie inzake het sacrament Het sacramentele symbool is, zoals Fortmann het uitdrukt, dichtgeklapt Men heeft het in de Middeleeuwen steeds moeilijker gevonden, b v de eucharistie tegelijk als werkelijk en symbolisch te beschouwen, omdat het oude symbool overal, ook op het terrein der artistieke verbeelding, was dichtgeklapt Fortmann tracht, datgene wat er m het sacrament gebeurt, te vergelijken met het proces der psychotherapie, waar ook tegelijk ziel en lichaam worden genezen. In Hoofdstuk 58 constateert Fortmann, dat er een voortschrijdende desacralisering gaande is, waarbij de religie het af schijnt te leggen tegen een humanisering, die de menselijke waarden onschendbaar acht en daarmee aan 's mensen vervreemding van zich zelf een einde maakt Hij vraagt zich tegelijkertijd af, wat IS het plus van het christendom boven het humanisme' Is het gewoon menselijke met rijk genoeg en IS het kerkelijke ( d i het sacrale) met onwerkelijk' Had Marx geen gelijk toen hij de religie, het sacrale, het bij uitstek onwerkelijke noemde, het rijk-m-de wolken' De auteur acht evenwel de mogelijkheid met uitgesloten, dat de moderne, voor de eigen, intieme ervaringen zo gevoelige mens het subjectivisme overwint en wat zijn onmiddellijke voorgangers projectie noemden herkent als objectief, ook al laat zich die objectiviteit nooit bewijzen Het boek nadert zijn einde in een bespreking van de ,,onverwoestbare religieuze functie", zoals die door Hans Muller Eekhard gesteld wordt Daarbij wor-
BOEKBESPREKING den de belevingen van allerlei mystici, zoals Jakob Bohme en anderen, beschreven, evenals die van bepaalde patiënten De bekering en de religieuze ervaring kunnen zich op verschillende wijzen voordoen, niettemin zouden ZIJ volgens Fortmann een stuk realiteit verbeelden Indien de menselijke werkelijkheid mets anders zegt dan over zichzelf, dan moet het uitgesloten worden geacht, dat de mens nog ooit God vindt Dan is atheïsme de consequentie — of hoogstens een deisme, dat God onmetelijk ver weg geplaatst heeft, als een deus otiosus In een epiloog wijdt Fortmann nog een korte beschouwing aan het werk van Dietrich Bonhoeffer Met eerbied, maar niet zonder kritiek opgedragen Het wordt voor de moderne mens onmogelijk geacht om God nog te beschouwen als een aanvulling van onze empirische kennis, als een werkhypothese (Bonhoeffer) Het Christendom zal m de toekomst dan ook onreligieus moeten zijn Onze mondigheid heeft tot consequentie, dasz wir leben mussen als solche die mit dem Leben ohne Gott fertig werden. Wat IS dan de transcendentie, volgens Bonhoeffer' Zijn antwoord IS Das Jenseitige ist nicht das unendliche Ferne sondern das Nachste God is verdwenen als machtige helper, maar Hij is onder ons als de lijdende evenmens Christendom kan vandaag nog slechts zijn bidden en het doen van gerechtigheid onder de mensen Fortmann zelf houdt ondanks alles rekening met het feit, dat WIJ ontdekken, dat er andere kenvormen zijn dan de wetenschap Het symbolisme en de imaginatie met name voeren ons binnen m een terrein waar de kenmodus der wetenschap machteloos IS (blz 258) De religie herleeft aarzelend Bonhoeffer en Barth, hoe groot ook, en Robinson vooral, zijn, tot op zekere hoogte, geen voorlopers, maar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's