1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 352
296
J. LEVER
al zijn organen en weefsels, vragen dezelfde grondstoffen als die der dieren. Dat betekent dat ook hij zich voortdurend op overeenkomstige wijze moet voeden om te blijven voortbestaan. De mens is een omnivoor, en kan zich dus zowel met plantaardig als dierlijk voedsel in stand houden. Ten aanzien van de eiwitvoorziening van de wereldbevolking is m.n. het laatste onmisbaar. De mens wordt ook bedreigd, en wel niet zo zeer door carnivoren, maar vooral door parasieten. Zijn lichaamsholten en weefsels zijn het ideale milieu voor allerlei virussen, bacteriën en schimmels, die gele koorts, pokken, tuberculose, pest en vele andere ernstige ziekten veroorzaken, maar ook voor vele dieren, waardoor hij bv. dysenterie, slaapziekte en malaria krijgt, terwijl verder niet minder dan 150 soorten wormen zijn bestaan bedreigen, zoals lintwormen, mijnwormen, trichinewormen, spoelwormen, enz. Men schat dat alleen reeds de zg. bilharzia-platwormen bijna 200 miljoen mensen in Z.-Amerika, Afrika en Azië momenteel meer of minder ernstig ziek maken. Veel van deze ziekteverwekkers krijgt de mens via zijn onontbeerlijk voedsel en drinkwater, maar anderen van dieren uit zijn omgeving als muizen en ratten, of van bloedzuigende insecten, zoals muggen, vliegen, teken, wantsen, vlooien. De mens verschilt in dit alles dus in niets van de andere dierlijke organismen, en als het hierbij bleef en soms blijft het hierbij en het is er lang bij gebleven, worden ook van zijn soort maar weinig exemplaren volwassen, en nog minder oud. Evenals bij de andere soorten vinden wij verder bij de mens genetische afwijkingen, ziekten als gevolg van onvoldoende aanwezigheid van bepaalde voedselcomponenten, of verkeerd functioneren van hormoon-vormende organen — men denke aan suikerziekte, struma, steriliteit —, weefselwoekeringen als kanker, ouderdomsverschijnselen, groeistoringen. Kortom de mens heeft deel aan het gehele mysterieuze en dreigende verschijnselencomplex van leven, gebrokenheid en dood in deze aardse natuur. Maar al bestaat de mens uit overeenkomstige cellulaire structuren als de overige organismen en al is hij aan de voedselketen gebonden en bezit hij overeenkomstige zintuigen en hersenen die volgens generale principes werken, en al is hij ook door ziekte en dood geheel geworteld in de biosfeer, toch neemt de mens hierin een unieke plaats in. En wel door dat hij boven alle andere organismen uitstijgt dankzij zijn verstand, begrip, fantasie, vrijheid, op de toekomst gericht streven en religieus besef, die hem tot cultuurvorming brengen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's