1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 140
108
K. SPOELSTRA
als Grundprinzip des Weltprocesses" (1877) als „das substantielle Wesen des Daseins nicht mehr der blosse Stoff (mit physikalischer, mechanischer Kraft) betrachtet, sondern als formbildendes, synthetisches, mit geistiger Potentialitat begabtes Prinzip die Phantasie als die wahrhafte Substanz geitend macht" 3). De bekende physicus Pascual Jordan kent aan het electron „Wahl"-vermogen toe. Dr. J. M. Burgers zegt in zijn „Ervaring en conceptie", p. 23; „Wij kunnen de onderstelling formuleren, dat aan elk proces, dat in de kosmos plaats vindt, zekere trekken medewerken, welke, in hoe vage vorm dan ook, uitdrukking geven aan een besef van waarde, aan een conceptie, gericht op iets toekomstigs". Dr. A. G. M. van Melsen vraagt in zijn „Natuurwetenschap en Techniek", p. 147-149: „Ligt het kennen geheel en al buiten de sfeer van de stof?" en beantwoordt de vraag aldus; „ook in de stof kan op analoge wijze van een kenfunctie worden gesproken . . . het kennen ligt blijkbaar niet geheel en al buiten de sfeer van de stof". We denken bij het pan-psychisme ook aan het psychistisch monisme van Prof. Heymans en aan het voluntarisme van Wundt, Paulsen en Aloys Wenzl. Een derde vorm van monisme is de beschouwing, dat materie en geest attributen zijn van een aan beide ten grondslag liggende substantie. Wij vinden dit monisme consequent doorgevoerd bij Spinoza, die deze substantie God noemde en zo kwam tot zijn pantheïsme, waarin alle dualisme opgesmolten is, zelfs het onderscheid tussen God en mens. Dit pantheïsme is de oerzonde der mensheid, en het christendom heeft dan ook zich altijd fel verzet tegen alls wat zelfs maar naar pantheïsme zweemde. Het is een opmerkelijk feit, dat zelfs pantheïsten telkens weer beweerd hebben geen pantheïsten te zijn, en dat meerderen, die sympathiek stonden ten opzichte van deze leer, steeds de pantheïsten hebben zoeken vrij te pleiten van pantheïsme. Hegel zelf heeft geprotesteerd tegen deze kenschetsing van zijn filosofie en Anton Bullinger heeft in zijn boek: „Das Christentum im Lichte der Deutschen Philosophic" (1895), hem, en ook de middeleeuwse mysticus Eckhart, wiens geschriften duidelijk een pantheïserende tendens hebben, getracht te verdedigen. Maar het pantheïsme is een hardnekkige kwaal en er is geen eeuw geweest, waarin het niet zijn hoofd opstak. Max Scheler, die in zijn „Probleme der Religion" (1922)) schreef; „Der Pantheismus ist in jeder seiner Formen grundfalsch", en „Der Pantheismus des 19. Jahrhunderts ist nicht nur ein Proteus, er ist auch seine eigene Selbstauflösung. Pantheismus, Pandamonismus, Pansatanismus - und Selbstverbrennung in des Weltkrieges
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's