1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 239
„HONDERD JAAR MENDEL"
199
wonnen worden. Is men geslaagd, dan kan het resistente ras toch weer later door een nieuwe schimmel of andere complicaties aangetast worden. Bij lal van le^ ens- en genotmiddelen spelen gistingsprocessen een rol. Ook de veredeling van de daarvoor verantwoordelijke microorganismen is ter hand genomen. De productie van penicilline e.a. door schimmels tracht men eveneens op te voeren door selectie en geïnduceerde mutatie. Tenslotte wordt er de aandacht op gevestigd hoe de intense toename van de wereldbevolking om steeds meer voedsel vraagt. Men heeft zelfs al een wier gevonden, dat belangrijke voedingsstoffen voor mens en dier in korte tijd produceert, en er zijn nuttige schimmels ontdekt, die op afvalproducten, dus geen dure voedingsbodems groeien. Het mendelismc en de mens Siniscalco behandelt als laatste het mendelisme en de mens. Wie nog steeds in zijn onkunde sceptisch ten opzichte van de betekenis van erfelijkheidsstudie bij de mens mocht zijn, zal bij de lezing wel moeien zwichten voor het belang der feiten. De gang van het betoog is logisch en duidelijk opgebouwd. De ontdekkingen beginnen met Garrod's .,inborn errors of metabolism" (1902, 1903) en de opvatting dat deze erfelijke afwijkingen berusten op een blokkering van specifieke enzymen. Siniscalco geeft daarvan een lange lijst. De pathologie had het in de loop der jaren gemakkelijker dan de anthropologie, omdat de eerste veelal met monogene afwijkingen, de laatste met polygene kenmerken te maken heeft. Een kentering kwam voor de anthropobiologie en de populatie-genetica van de mens met de ontdekking van een aanzienlijk aantal bloedgroepen. Zij gaf zelfs aan de pathologie o.a. een verklaring van de raadselachtige erjiiliroblastosis foetalis, waaraan vele pasgeborenen bezweken, door deze te herleiden tot antagonisme met de naar een aapje genoemde Rhesus-bloedgroep der ouders. Op het ogenblik kan men meer dan een miljoen soorten van bloed onderscheiden. Er is ook een bloedgrocp-gcn op het geslachts- of X-chromosoom ontdekt en men is begonnen dit chromosoom volgens de lineaire rangorde in kaart te brengen, nu daarop minstens 60 zekere genen voor diverse afwijkingen en dus ook voor normale allelen gevonden zijn. Verder is men enorm gevorderd in de kennis van bloedeiwitten, met name van haemoglobinen in de rode bloedlichaampjes en haptoglobinen in het bloedserum. Een en ander heeft er toe geleid, dat men bij de mens
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's