Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 258

3 minuten leestijd

214

L. VLIJM

gewaardeerde, functies in het geheel. Daarover zou ik gaarne enkele notities geven: De mens denkt vaak veel te hoog over zichzelf. Voor het individu zowel als voor de collectie mensen geldt dat zij zichzelf graag zien als de „geestelijken". De integratie is niet gelukt; het lichaam en wat daaraan vast zit is bijna niet meer dan een gebruiksvoorwerp, dat men ook weg kan werpen. Men zou kunnen zeggen dat de biotische structuur veelal als een infra-structuur wordt opgevat. Ik ben mij ervan bewust dat er ook een groep is die de biotische functies lijkt te accentueren. Het merkwaardige feit doet zich echter voor dat het beoefenen daarvan dan veelal als tijdverdrijf geldt of opgevat wordt, waardoor de geuite stelling eerder ondersteund dan aangevochten wordt. De mens is alleen als biologisch wezen bestaanbaar. Hij bestaat niet alléén, om hem heen bestaan andere levende structuren. Alleen al vanwege het bestaan van die beide, de mens en wat om hem gegeven is, zijn omgeving, zijn de relaties belangrijk. Dat men hiervoor allerwege groeiend besef ziet is allereerst een collectieve bewustwording van het feit dat de mens zonder brood niet leven kan. Dat hanteert men toch gemakkelijker dan het geloof dat de mens bij brood alleen ook niet leven kan. Er is een tweede uitgangspunt, waarover ik iets zou willen zeggen. Welk criterium zullen wij dan ten aanzien van de mens hanteren? Want dat criterium is — meen ik — bepalend voor de uitspraken waartoe men komt. De mens is een zoeker, individueel zowel als collectief uiteindelijk op zoek naar de zin van zichzelf, op zoek door naar binnen te kijken, of door naar buiten te kijken, in heden of verleden, om als tegenover een spiegel tot de kern van zijn bestaan door te dringen. In beide gevallen, zo lijkt het, vindt men wat men zoekt, met andere woorden het zoekbeeld (en is dat niet een transcendent gegeven) is bepalend. Zoekt men de toevallige mutant, autonoom ontstaan en autonoom levend? Of zoekt men de ziener, op weg naar een zekere toekomst? Wanneer men een dier in zijn omgeving ziet, is een van de eerste dingen die opvallen, dat het dier tot zijn omgeving behoort. Ze horen bij elkaar. Toch is een dier, of liever een diersoort, naar het ons voorkomt, in vele gevallen ten opzichte van die omgeving onbelangrijk. Dit idee verandert, wanneer wij de verbindingen van zo'n dier met zijn omgeving leren zien, het feit b.v. dat het organismen eet, en door andere organismen gegeten wordt. De plaats, die een dier

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 258

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's