1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 42
22
M. H. COHEN STUART
Uitgangspunt Het rechtstreekse uitgangspunt van een beschouwing over het projectieverschijnsel vormen de primaire verschijnselen die doorgaans als uitingen van projectie worden aangeduid. Indien men het bijvoorbeeld oneens zou zijn met bepaalde opvattingen uit de psychoanalytische school over de projectie, blijft het feitenmateriaal, dat tot deze opvattingen aanleiding was, basismateriaal voor ieder hernieuwd onderzoek. Ofschoon het projectiebegrip zijn wortels heeft in de psychopathologie wordt het ook in veel wijder kring toegepast. Vooral de cultuurfilosofische extrapolaties door Freud en Jung vanuit de door hen onderzochte psychodynamiek hebben tot deze veralgemening van het projectiebegrip bijgedragen. In het kort zal thans een reeks verschijnselen worden besproken waarbij projectiefenomenen aanwezig zijn. Naar volledigheid kan niet worden gestreefd, omdat het onderzochte verschijnsel door de verder te beschrijven nauwe relatie met fundamentele en algemene menselijke levensvormen een eindeloos-rijke gevarieerdheid bezit. Het onderzoek van de reeks verschijnselen bracht aan het licht, dat bij projectie (bijna?) altijd sprake is van een contactstoornis tussen projector en projectieobject, terwijl het projectieobject de projectie provoceert. Het is voor de compacte gang en de helderheid van mijn betoog noodzakelijk, dat deze achteraf verworven gegevens nu vooraf in het kort worden vermeld. De projector is de mens of de groep, die projecteert. De groep functioneert bij de projectie als een groep projecterende individuen, die om sociaal-psychologisch aanwijsbare redenen op overeenkomstige wijze overeenkomstig projecteren. De projectie wordt altijd op een object gericht, meestal op een persoon of een groep, maar dikwijls ook op dingen, begrippen en gevoelens, die gepersonifieerd worden (de „primaire projectie", Cohen Stuart 1960). Er is dus altijd een of ander „tegenover", dat als projectieobject functioneert, en dat dikwijls de gestalte van een persoon draagt of via personificatie krijgt. Het projectieobject provoceert de projectie door enkele of meerdere, oppervlakkig waarneembare eigenschappen. De volgende voorbeelden van projectie zijn thans te vermelden: J. de schijnherkenning treedt op bij een zeer vluchtig contact.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's