1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 318
266
T. D. STAHLIE
omdat dit door velen als het voornaamste knelpunt in onze huidige situatie van snelle aanwas der wereldbevolking wordt gezien. Immers, de voedselproduktie blijft, ondanks alle inspanning, achter bij het aantal monden dat gevoed moet worden. Toch vraag ik mij wel af of inderdaad het produktievraagstuk wel het belangrijkste is; tenminste even belangrijk schijnt mij het vraagstuk van transport en distributie. Men is het er immers algemeen wel over eens dat de wereld ook met de hedendaagse middelen een nog veel grotere bevolking zou kunnen voeden, maar het probleem is op het ogenblik, dat juist daar waar de bevolkingsaanwas het grootst is er te weinig geproduceerd wordt, terwijl er elders overschotten zijn. Men zal mij tegenwerpen dat er toch allerwege sprake is van misoogsten en hongersnoden, en dat er derhalve nu reeds een ernstig voedseltekort bestaat. Ik ben daar nog niet zo zeker van. Voor de oorlog werkte ik op Java, het hoofdeiland van het „rijke Insulinde", in een streek waar hongersnood regel was, maar dat betekende geenszins dat er toen op Java niet voldoende voedsel was te krijgen om de bevolking in wier midden ik werkzaam was, adequaat te voeden zonder dat anderen tekort kwamen. Het was zuiver en alleen een transport-, en natuurlijk een geldkwestie. Nog een ander voorbeeld; Kort geleden liet de Indische minister Subramaniam weten dat er in grote delen van India hongersnood dreigde, indien niet terstond van buitenaf hulp werd verleend. De spontane reactie hierop van het Nederlandse volk ligt nog vers in het geheugen. Ietwat ontnuchterend was het dat kort nadat de actie „Voedsel voor India" was ingezet, de Eerste Minister, mevrouw Indira Gandhi, aan de pers verstaan gaf, dat er geen sprake was van dreigende hongersnood in haar land. Die mededeling is hier toen algemeen opgevat als een politieke manoeuvre ter voorkoming van gezichtsverlies, maar ik heb reden om te onderstellen dat dat toch zeker niet geheel juist is. Enige maanden geleden heb ik nl. het voorrecht gehad over deze kwestie ingelicht te worden door de heer Ram Das, één van India's voornaamste voedseldeskundigen. Deze heeft mij uitgelegd dat het om het volgende ging; in sommige delen van India was de rijstoogst mislukt. In andere delen waren de oogsten overvloedig geweest. In totaal was er voldoende voedsel voor iedereen, doch in sommige gebieden, waar de bevolking rijst als de voornaamste voedselbron beschouwt, was er tekort aan rijst, hoewel dit tekort gemakkelijk aangevuld kon worden met bv. mais en tarwe. Het kwam dus geheel aan op een juiste distributie en op de bereidheid van de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's