Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 145

2 minuten leestijd

WEZEN, ZIN EN STRUCTUUR DER WERKELIJKHEID

113

nen zegt: „het atoom begint hoe langer hoe meer op een organisme te gelijken". Zeno Bucher wijst op het regeneratieve vermogen van het atoom in „Die Innenwelt der Atome", August Seiffert op het herinneringsvermogen als een kosmisch feit. De chirurg Dr. Walter Hirt schreef een gedocmenteerd werk over: „Das Leben der anorganischen Natur" (1914). Karl Heim deelt mee, wat Marie Curie schreef: „Die anscheinend starre Materie ist der Schauplatz von Geburten, mörderische Zusammenstössen, Selbstvernichtingen. Sie ist der Schauplatz von Leben und Tod". En hijzelf is van oordeel „dass der abgrundtiefe Gegensatz, der die „tote" Materie von der Lebewelt getrennt hatte, heute überbrückt ist". „Gehemmtes Leben" noemt de geschiedfilosoof Rudolf Rocholl de anorganische stof. Een vijfde implicatie van het woordkarakter der werkelijkheid is haar logische aard. Ze is geen chaos. Ze is uitgedacht door Hem, Die een God van orde is, en tot aanzijn gebracht door de Logos, als Scheppingsmiddelaar. Ze kan na-gedacht worden door de mens, die mede door diezelfde Logos met een kenvermogen begiftigd is en haar ordelijk voor zijn bewustzijn stellen kan en haar na-rekenen kan. Ze is doelmatig, heenwijzend naar haar oorsprong, zinvol, als zodanig een „volzin" Gods, waarin elk creatuur als woord een eigen aard en daarin ook een eigen plaats, een eigen waarde en daarmee een eigen taak ontving. Als zesde en zevende implicatie kunnen we noemen de rijke verscheidenheid en de schoonheid der werkelijkheid. „Gods verstand is onbeperkt", zegt ps. 147 : 5. Dat wijst op de ontzaggelijke rijkdom van zijn gedachten, die Hij in de geschapen werkelijkheid heeft gerealiseerd en naar zijn wijsheid geordend heeft. Een door ons verstand niet uit te putten quantiteit aan wezens, dingen, verschijnselen, qualiteiten en verhoudingen. En Hij is de Here der heerlijkheid, de God der schoonheid, Die daarom ook alle dingen schoon geschapen heeft. Ook al heeft, tengevolge van de zonde, de vergankelijkheid zich als een meeldauw over alle dingen uitgespreid, toch is het nog een boeiende naglans van het verloren paradijs en een stralende voorglans van het komende, dat reeds aanwezig is, maar nog verhuld voor onze aanschouwing. Schoon is zelfs de mathematische ordening der werkelijkheid. Telkens spreekt men weer van de „elegante" vorm, waarin Minkowski de Einsteinse tijd-ruimtelijke wereld mathematisch

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 145

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's