1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 259
DIER EN MENS
215
in de voedselketen van een levensgemeenschap (het biotische deel van de omgeving van een dier, in onderscheid met het abiotisch deel van die omgeving) inneemt is door Elton niche genoemd. Onder niche verstaat Elton dus de plaats van een organisme binnen het geheel van een levensgemeenschap. Vooral de onderlinge relaties tussen verschillende soorten dieren en hun afhankelijkheden van elkaar worden door het begrip niche beklemtoond. Dat begrip niche, zou men kunnen zeggen, duidt de positie van een dier aan, doch tegelijkertijd kan men er ook een functie in beschouwen. Bij Elton was het begip niche allereerst een statisch begrip. Hij kon met behulp van dit begrip vergelijkbare posities van dieren in verschillende levensgemeenschappen aangeven en liet daarmee als het ware het „skelet" van een levensgemeenschap zien. In de tegenwoordige tijd wordt veel meer accent gelegd op de dynamiek in levensgemeenschappen. Een zeer belangrijke tak van de oecologie is de productiebiologie geworden, waarbij het gaat om het begrijpen van de energie-omzettingen in gemeenschappen. Tengevolge daarvan is ook het begrip niche op andere wijze geladen geraakt. De functie is naar voren geschoven. De positie is daar in opgenomen, speelt mee, maar is niet meer zo bepalend. Hutchinson heeft hierover verscheidene malen iets opgemerkt. Ik citeer uit een van zijn laatste publicaties het volgende: „Men kan de niche opvatten als een hypervolume, waarvan elke coördinaat correspondeert met een relevante variabele uit het leven van een soort of een organisme. Elk punt in dit hypervolume correspondeert dus met een bepaalde set waarden van de variabelen die het organisme mogelijk maken te bestaan. Als er geen concurrenten aanwezig zijn vormt nu dit hypervolume de fundamentele niche van de soort. Als een aantal concurrente soorten in eenzelfde gebied voorkomt, zal elk een gerealiseerde niche bezetten, welke gewoonlijk met een kleiner hypervolume correspondeert dan de fundamentele niche". Men zal zich wellicht afvragen waarom ik dit theoretische begrip uit de dieroecologie, dat wellicht niet eens op slag voor ieder duidelijk is, als uitgangspunt nemen wil in een beschouwing over de relaties van dieren en hun omgeving in verband met de situatie van de mens. Wel, het is duidelijk dat, wanneer men over een dierlijk organisme in verband met zijn omgeving spreekt, dit dier een bepaalde positie, een bepaalde functie heeft. Het dier heeft, wat voor dier dan ook en in welke omgeving dan ook, een bepaald theoretisch hypervolume
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's