Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 147

3 minuten leestijd

WEZEN, ZIN EN STRUCTUUR DER WERKELIJKHEID

115

meent te kunnen drijven, dan komt ze o.m. tot de these van een god, die zich uit zijn onbewustheid doorvi^orstelt tot bewustzijn en zelfbewustzijn. Theodor Lessing kwam tot de slotsom, dat al deze pogingen wat althans de zin der geschiedenis betreft, eindigen met een subjectieve „Sinngebung des Sinnlosen". We zijn bij de zin-bepaling der werkelijkheid aangewezen op goddelijke openbaring. De Heilige Schrift geeft de oplossing. De zin van alles, wat God schiep is: de komst van zijn Koninkrijk, zoals het geconcentreerd ligt in de Here Jezvis Christus, in Wie al de volheid der Godheid lichamelijk woont. Dat is het diepe, aangrijpende geheim van de schepping en geschiedenis. Deze beide begrippen horen bijeen. Natuurlijke historie en menselijke geschiedenis liggen in eikaars verlengde. Dat is door Teilhard de Chardin juist gezien. Daarom is ook de vraag gesteld of de onderscheiding door Wilhelm Windelband en Heinrich Rickert gemaakt tussen een natuurwetenschappelijke en een historische methode nog wel zin heeft, nu men zo langzamerhand tot het inzicht gekomen is, dat heel de werkelijkheid een geschiedende werkelijkheid is, ook in de zin van haar voortschrijdende ontwikkeling. Hun opvattingen waren een protest tegen het monopolie van de natuurwetenschappelijke methode, die uit was op het formuleren van wetten, die ook op het gebied der geestelijke wetenschappen zouden leiden, niet maar tot het stellen van vermoedens omtrent de toekomstige verschijnselen, maar tot vaststaande prognosen. Nu echter de begrippen onbepaaldheid en waarschijnlijkheid ook hun intrede deden in de natuurwetenschap, is de kracht van dat monopolie gebroken en heeft ook de natuurwetenschap iets van het karakter ener historische wetenschap verkregen. Maar hoe het zij, heel de werkelijkheid vindt haar zin in Christus. Prof. H. Bavinck zegt: „Neem Christus weg met al wat Hij gesproken, gedaan en bewerkt heeft, aanstonds valt ook de geschiedenis uiteen; ze is haar hart, haar kern, haar centrum, haar indeling kwijt... Hij brengt eenheid en plan, gang en doel in de geschiedenis. Dat doet niet een of andere idee, niet de idee der vrijheid of der humaniteit of de materiele welvaart alleen, maar het is de volheid van het Godsrijk, de alzijdige, hemel en aarde, engelen en mensen, geest en stof, cultus en cultuur, de zowel het bijzondere als het algemene, de allesomvattende Godsheerschappij". (Wijsbegeerte der Openbaring, 1908, p. 119). Alle zin der werkelijkheid ligt in Hem. De in Hem wonende volheid Gods wacht in een voortschrijdend proces op realisering. Die

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 147

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's