Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 20

2 minuten leestijd

4

L. ALGERA

zakelijk plaats vindt in de ribosomen, die in het cytoplasma liggen. De synthese voltrekt zich door bemiddeling van twee soorten RNA. Het RNA is evenals het DNA uit vier verschillende nucleotiden samengesteld. Het verschil tussen beide soorten nucleinezuren is, dat thymine is vervangen door uracil, desoxyribose door ribose en verder bestaat het RNA uit slechts één enkele spiraal. De beide genoemde soorten RNA zijn het boodschapper (messenger)RNA en het transfer-RNA. Beide hebben veel kleinere moleculen dan het DNA. Het boodschapper-RNA wordt in de kern gesynthetiseerd. Het vormt zich op dezelfde wijze als waarop ook de van elkaar losgelaten draden van het DNA zich bij de vermeerdering met hun complementaire draad aanvullen. Het betreft hier echter maar een betrekkelijk kort gedeelte van de DNA-spiraal. Na haar vorming laat de RNAdraad los. Van groot belang is, dat de stikstofbasen volgorde in de RNA-draad overeenkomt met die in het DNA. Dit RNA bevat dus dezelfde genetische boodschap als het betreffende gedeelte van het gen-DNA. Deze boodschap wordt met het boodschapper-RNA overgebracht naar de ribosomen. Het transfer-RNA bestaat uit een draad met in totaal ongeveer tachtig nucleotiden. Deze draad is samengevouwen tot een dubbele spiraal. De „vouw" heeft de vorm van een lus. In deze lus komen een aantal voor RNA ongewone stikstofbasen voor. Het ene uiteinde van het molecuul bestaat steeds uit adenine met daarnaast twee moleculen cytosine. Voor het overige komen er in dit RNA overwegend cytosine en guanine voor, die in de dubbele spiraal paarsgewijze aan elkaar gebonden zijn. Het transfer-RNA heeft tot taak een aminozuur te binden en dit over te brengen naar het boodschapper-RNA. De binding van een aminozuur aan het transfer-RNA heeft een enzym nodig, dat een reactie tussen ATP en een aminozuur katalyseert waarbij een complex enzym-AMP-aminozuur ontstaat. Hierbij wordt een deel van de chemische energie, die in het ATP is opgeslagen, overgedragen naar dit complex. Dit is energetisch de sleutelreactie in de eiwitsynthese. Deze energie wordt bij de volgende reacties verbruikt voor de vorming van de peptidebinding. Er zijn van dit enzym, dat „activerend enzym" genoemd wordt, minstens twintig verschillende, waarvan elk specifiek reageert met een bepaald aminozuur. De volgende stap is de binding van het aminozuur aan het transfer-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 20

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's