1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 118
90
R. J. PLANTA
Op de herkenning berust ook de regulatie, het proces dat de cel in staat stelt de hoeveelheid en de activiteit van een enzym aan te passen aan de behoefte. Zonder een dergelijke regulatie zou de orde verloren gaan door verlies van de coördinatie. De regulatie komt tot stand doordat bepaalde, tot de normale stofwisselingsproducten behorende, kleine moleculen, maar ook andere eiwitten zich op specifieke herkenningsplaatsen aan een enzym-molecuul kunnen hechten, waaruit een verandering van de ruimtelijke structuur van dit enzym resulteert. Hierdoor kan niet alleen de biologische activiteit worden verstoord, maar bovendien kan ook de productie van het enzym worden belemmerd. Dit beeld van de regulatie is geheel in overeenstemming met de inspirerende opvattingen van mijn hoog gewaardeerde leermeester prof. Gruber i). Een prachtig voorbeeld van herkenning is de werking van de antilichamen. Antilichamen zijn eiwitten, die de hogere dieren produceren als antwoord op het binnendringen van een bacterie, virus of andere, dergelijke, vreemde objecten. De antilichamen vormen met de indringers grote, onoplosbare complexen, die door bepaalde witte bloedcellen worden „opgegeten". De productie van antilichamen tegen een virus of andere zgn. antigenen is niet gebaseerd op de overweging van het organisme, dat het virus wel eens een ziekte zou kunnen veroorzaken, maar op het feit dat het organisme de binnendringer als een niet-eigen object onderkent. Het organisme is dus in staat zijn eigen eiwitten te herkennen en te onderscheiden van lichaamsvreemde stoffen. Dit leerproces moet zeer vroeg in het leven hebben plaatsgevonden. Dit blijkt uit het feit dat door inspuiting van een vreemd eiwit in een pasgeboren dier, dit eiwit op latere leeftijd geen vorming van antilichamen meer oproept. Het vreemde eiwit wordt dus nu beschouwd als te behoren tot de eigen kring. Uit deze immunologische tolerantie valt heel wat te leren. Ze wijst op het uitzonderlijk specifieke karakter van antilichamen, waardoor deze „goed en kwaad op moleculair niveau" kunnen onderscheiden. Tevens toont zij dat de regelmechanismen van het levende organisme toegankelijk zijn voor invloeden van buitenaf, in dit geval met name in het vroege ontwikkelingsstadium. Op het antigeen bevinden zich doorgaans verscheidene plaatsen, die tot de vorming van antilichamen aanleiding geven. Voor elk van deze plaatsen wordt een specifiek antilichaam ^) M. Gruber en R. N. Campagne, Proc. Kon. Ned. Akad. Wetenschappen, Series C, 68, no. 4 (1965).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's