1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 116
88
R. J. PLANTA
geeft een relatief klein aantal eiwitketens reeds een goede statistische indruk van het evolutionaire gedrag van de vele duizenden overige eiwitketens. Voorts dient men te bedenken dat verreweg de meeste levenssoorten inmiddels zijn uitgestorven en dat alleen nog fossielen aan hun bestaan herinneren. Met deze en andere beperkingen voor ogen moge men beseffen dat ook het biochemische onderzoek geen antwoord kan geven op alle vragen rond de evolutie-gedachte, maar dat zij wel het verloop van de evolutie beter leert begrijpen. Veel onderzoek is tot dusverre verricht aan het eiwit cytochroom c. Dit eiwit wordt aangetroffen in alle bekende zuurstofafhankelijke levensvormen, van gist tot de mens, en de fundamentele eigenschappen zijn voor alle levensvormen vrijwel dezelfde. Dit wordt begrijpelijk als men weet dat cytochroom c een essentiële rol speelt bij de energievoorziening door ademhaling. Het eiwit is uit ongeveer 100 bouwstenen samengesteld en de volgorde er van is voor een groot aantal organismen bepaald. Het cytochroomeiwit van de mens heeft op ongeveer 50 plaatsen (dus ongeveer de helft) andere bouwstenen dan het cytochroom uit gist. Vergeleken met het cytochroom van de mens verschilt dat van vissen ongeveer 20 bouwstenen, dat van paard, koe, varken of schaap ongeveer 10 en tenslotte dat van de apen slechts 2. Op grond van de gegevens krijgt men wel de indruk dat ertussen de mens en de gist een vrij kleine en tussen de mens en de aap een vrij grote verwantschap bestaat, hetgeen U waarschijnlijk al vermoedde. Voor de biochemische vergelijking van de mens en de apen heeft men de aandacht vooral gericht op het reeds eerder genoemde eiwit hemoglobine. Dit in alle gewervelde dieren voorkomende eiwit leent zich bijzonder goed voor dit onderzoek, omdat het heel gemakkelijk in zuivere toestand uit het bloed kan worden geïsoleerd. De hemoglobine bestaat in feite uit vier eiwitketens, te weten twee (onderling gelijke) «-ketens en twee (eveneens identieke) /3-ketens. Het bleek dat de «-ketens van de hemoglobine van de meeste hogere apen met die van de mens identiek zijn, terwijl in de y8-ketens enige verschillen worden aangetroffen. Het kleinste verschil werd gevonden bij de gibbons en de mensapen, terwijl het verschil met de tot de hondapen behorende baviaan opmerkelijk groot was. Bij de half-apen blijken zowel de a- als de j8-ketens duidelijk te verschillen van die van de mens. Uit deze gegevens zou kunnen worden geconcludeerd dat de gib-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's