1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 328
276
J. JANSSENS, T. D. STAHLIE
ontvanger optreden. Die staan hier dan ook wat afwijzend tegenover. Wat zou men dan moeten doen? Wij zouden vanuit dat deei van de wereld, dat er beter aan toe is, eens moeten gaan^ beseffen dat ontwikkelingshulp een vak is. Dus: opleidingsinstituten stichten voor onderwijs, medische vorming, landbouw en veeteelt. Dat zouden instituten moeten zijn waar men de mensen een praktische opleiding geeft. Ze zouden geen experts behoeven te worden. Door een normale westerse opleiding zouden ze te veel vast komen te zitten in de westerse maatschappij. Dus op korte termijn: internationaal samenwerkende instituten voor ontwikkelingshulp waar men mensen voor zou moeten opleiden. Deze mensen moeten leren zichzelf overbodig te maken. Zo gauw deze mensen overbodig geworden zouden zijn, zou het moederland ze weer moeten terugnemen. Hiervoor zo'uden enorme fondsen en reserves nodig zijn. Effectuering op korte termijn is noodzakelijk. Er ontstaan hier en daar al dergelijke instituten, maar er zijn er veel en veel meer nodig. Dit is een van de dingen die men zou moeten doen en ik zou het toejuichen als deze discussie bij zou dragen tot een opinievorming. Een en ander zou betekenen dat de arbeidsmarkt nog krapper zou worden. Dus tijdelijk minder arbeiders, minder ingenieurs enz. En alles minder perfect. Alles ter wille van de wereldbevolking. Daarvoor is het nodig dat gehele volkeren zich gaan realiseren wat hier aan het bod komt. Ten tweede moet ik zeggen dat in het algemeen de resultaten van zogenaamde ,,fellowships" in meer ontwikkelde landen niet beantwoorden aan de verwachtingen. Maakt men iemand uit zijn eigen omgeving los en geeft hem elders een volledige opleiding, dan heeft hij het bij terugkomst in eigen land vaak erg moeilijk. Hij heeft zich losgemaakt uit eigen milieu. Men accepteert hem daar niet helemaal meer. In de tweede plaats heeft zo iemand geleerd gebruik te maken van de moderne hulpmiddelen. In theorie weet hij voor alles een oplossing, maar in eigen land vindt hij de daartoe nodige technische hulpmiddelen niet. Hij vindt geen mensen die hem helpen en steunen. Hij voelt zich gefrustreerd. Hij keert naar zijn land terug met enthousiasme en na enige jaren is hij dikwijls teruggevallen in een gevoel van doffe wanhoop en het resultaat is dat zo iemand materialistisch wordt. Hij probeert zich dan materieel zoveel mogelijk te goed te doen. Dit is een van de oorzaken dat dergelijke mensen vaak erg rijk worden. Vele anderen oefenen hun beroep als een liefhebberij uit en hebben hun materieële interesse in iets anders. Deze mensen worden beschermers van het grootkapitaal en worden gedreven in de richting van de zogenaamde 1000 families. Het gehele economische leven is in ontwikkelingslanden veelal in handen van een paar families. Dit maakt de kloof tussen arm en rijk alleen maar groter. Daarom is het verstrekken van „fellowships" een methode die slechts hier en daar toegepast kan worden maar op grote schaal is ze onbruikbaar. Veldkawp: Ik ben getroffen door het verslag van de malaria-campagne die honger veroorzaakt. Wat is Uw mening over de politiek in Nieuw-Guinea? Wat denkt U van de medische zending? Moet dat ook betekenen de import van anti-conceptionele methoden? Stahlie: Men is pas zo laat begonnen in Nieuw-Guinea met het invoeren van een integrale gezondheidsdienst, dat men niet de tijd heeft gehad deze volledig te ontwikkelen. Het probleem is volgens mij wel goed aangepakt. Voor de oorlog had men een andere instelling t.o.v. de gezondheidszorg, die in het kort zich beperkte tot de voorkoming van epidemieën en besmettelijke ziekten. Zo beschouwde b.v. niemand ondervoeding als een ziekte. Medische zending was tot voor de oorlog van een type waarbij men zich als medisch zendeling primair instelde op curatieve zorg, welke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's