1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 186
150
A. TROOST
antwoordelijkheid van „de kerk in de wereld". Maar wij menen vanuit de bijbelse gedachte van schepping, integrale zondeval (corruptio totalis) en de evenzeer integrale verlossing door Christus, de plaats van het tijdelijk kerkelijk instituut anders te moeten zien. De christelijke kerk en het christelijk geloof zien we als een manifest worden in de tijd van de radicale verzoening en vernieuwing van het menselijk hart, in de gemeenschap van de Heilige Geest, en deze manifestatie in het gelóófsaspect van de tijdelijke werkelijkheid (kerk, confessie) is juist krachtens de scheppingsorde daar niet oorspronkelijk, noch van centrale aard. Oorspronkelijk en centraal is het herstel der schepping (de genade) slechts in het religieuze centrum van de nieuwe mensheid, nl. in Christus en in de gemeenschap van de Heilige Geest, aan welke centraal-religieuze gemeenschap de individuele christen participeert in het hart, het centrum van zijn existentie. De universele taak van het kerkelijk instituut Krachtens de scheppingsorde heeft het gelóóf inderdaad een richting- en leidinggevende functie in het menselijk leven. Wanneer de kerk haar ambtelijke taak vervult in het leiding geven aan het geloofsleven der christenen, dan betekent dat een indirecte invloed op in principe alle terreinen van hun leven. Maar wanneer deze bijbelse gedachte wordt losgemaakt van de „bijbelse antropologie" die alle menselijke levensontplooiing en levenstaken gecentreerd ziet in het menselijk hart (vanwaar „de uitgangen des levens" zijn), en wanneer — zoals vanouds de theologische tradities doen — het ambtelijk georganiseerd kerkelijk instituut min of meer vereenzelvigd wordt met de wérkelijk centrale, geestelijke gemeenschap in Christus, dan wordt het begrijpelijk dat men in principe geen grenzen meer ziet aan de taak, bevoegdheid, macht en ,,dienst" van de kerk. Het meest consekwent in dezen is de R.K. Kerk. Verschillende encyclieken geven daar met grote nadruk rekenschap van. Duidelijk bv. in de sociale encyclieken van Leo XHI en Pius XI. De laatste zegt in „Quadragesimo Anno": . . . . . . . krachtens het feit dat ons door God de schat der waarheid is toevertrouwd, en krachtens onze strenge plicht, de zedewet in volle omvang te verkondigen, te verklaren, en . . . op haar naleving aan te dringen, vallen niet alleen kwesties van sociale, maar zelfs van economische aard onder onze bevoegdheid en hebben wij hierin in hoogste instantie uitspraak te doen" (Ed. Eccl. Doe. 37). Dit standpunt is nog steeds het officiële, en ook het door de schrijvers van dit boek erkende. T.a.v. het onderwerp van dit boek wordt in de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's