1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 91
BOEKBESPREKING van Fortmann met op de voet volgen, doch hier en daar een greep doen De bezwaren welke Fortmann nu inbrengt tegen de pure psychologische interpretatie zijn de volgende het begrip projectie is, zoals hij in de vorige delen van zijn werk reeds betoogd heeft, onbruik baar, een mening welke door psychologen en psychiaters in het algemeen niet wordt gedeeld Ook visioenen en hallucinaties zijn, volgens Fortmann, geen projecties, omdat het schema binnen en buiten zinloos is Hij verduidelijkt dit als volgt de verschijning van Maria te Lourdes wordt door veel theologen vandaag ook met geacht een objectief lichamelijk gebeuren te zijn geweest Maar daaruit volgt met, dat de verschijning voor de zienster geen ontmoeting was En was zij met de enige die het kon w e t e n ' Ook de droom werd m de oude culturen en met m het minst in de bijbel gezien als een echte ontmoeting De psycholoog heeft geen bevoegdheid die overtuiging ongeldig te verklaren Dit IS m 1 een belangrijk twistpunt, omdat de spanning tussen geloven en psychologische interpretatie hier duidelijk wordt De persoonlijke belevingen m Lourdes hebben voor de protestant immers geen overtuigende waarde De subjectieve beleving blijft strikt persoonlijk en heeft men het recht deze over te dragen op anderen' We komen daarop nog nader terug Verder verzet Fortmann zich tegen het op éen lijn stellen van de belevingen, die Saulus bijvoorbeeld had bij zijn bekering en de waandenkbeelden van geesteszieken Men mag met vergeten, dat in sommige culturen, zoals m die der Noord-Amerikaanse Indianen en van onze eigen Middeleeuwen, het hebben van gezichten, werd beschouwd als een vanzelfsprekende mogelijkheid en met zelden werd het als iets waardevols nagestreefd Een vergelijking van deze primitieve
67
cultuurpatronen met geestesziekte IS echter m i met te trekken Wel kan men zich de vraag stellen of de bekering van Saulus een pathologisch fenomeen is Het ligt fenomenologisch op de grens tussen het normale en het pathologische In Hoofdstuk 46, komt Fortmann weer terug op de relatie tussen dogma en ervaring, zoals die gesteld is door Jung In alles wat de geloofsleer zegt omtrent God heeft de mens zich ook uitgesproken over zichzelf Het dogma past bij de ziel Vervolgens verzet de schrijver zich tegen de opvatting van Karl Barth dat de religieuze ervaring op zich onbelangrijk is, waarmee tegelijkertijd elke pastoraal-psychologische hulp als zinloos afgewezen is Voor het geloof immers heeft volgens Barth de ervaringskennis omtrent de menselijke werkelijkheid geen wezenlijke betekenis In Hoofdstuk 48 trekt Fortmann een parallel tussen de psychiater Jung en de theoloog Bultmann Hij gaat daarbij uitvoeriger m op de relatie tussen geloof en ervaring bij Bultmann Jung en Bultmann zijn het er over eens, dat men de inhoud der geloofsleer met meer letterlijk en als objectieve realiteit kan verstaan Volgens Jung zou dit naïef concretisme zijn, volgens Bultmann is het m strijd met de wijze, waarop de mens thans zichzelf en de natuur meent te moeten verstaan In „Boek Twee" (Hoofdstuk 49) wordt het religieuze symbool behandeld Volgens Fortmann verschijnt m het symbool de transcendentie en daardoor is het machtig Een belangrijke paragraaf draagt als titel Het symbool is polymterpretabel Elk woord zou een pakket van betekenissen zijn en roept een zwerm van beelden op Emile Cailliet meent voor sommige primitieve talen zelfs te moeten spreken van een symbool-woekering, een „vegetation
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's