1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 144
112
K. SPOELSTRA
is van het begin der wijsbegeerte af tot nu toe niet van de lucht geweest. En wat de wetenschap der natuurkunde zelf betreft: Pascual Jordan, één harer tegenwoordige prominenten, schrijft; „Der moderne Physiker, dessen experimentelle Wahmehmungsvermögen in die tiefen der Natur hinunterdringt, sieht an dieser letzten Grenze alles materiell Seiende im schweigenden Gewimmel und Gekrabbel der Atome und Elektronen ein Geschehen, dass in jedem seiner Einzelakte eine ursachfreie, unvorsehbare Entscheidung fallt — gleichsam eine lemurenhafte Vorform von Lebendigkeit im Weltuntergrunde . . . und heute wissen wir bereits, dass der der statistischen Akausalitat sich aufdrangende Eindruck von Lebendigkeit seine Berechtigung hat. Dass hier in der Tat die Wurzeln blosgelegt sind, aus denen sich die grosse und V4Tinderbare Naturerscheinung des organischen Lebens mit seiner schöpferischen Freiheit entfaltet". (Physik im Verdringen, 1949, S. 74). Dat het leven een abundante, primaire macht in de werkelijkheid is, blijkt ook, als we bedenken, wat Prof. De Froe schrijft in „Scientia" II (1957): „De macht van één levende cel is indrukwekkend. Wanneer men één paramaecium de gelegenheid zou kunnen verschaffen zich gedurende slechts vijf jaren ongehinderd voort te planten, dan zou deze éne cel 3029 generaties hebben gevormd, d.w.z. £3029 individuen met een gezamenlijk volumen van IQiooo maal het volumen der aarde en 10^45 maal het volumen van het ons bekende heelal" (p. 185). En de Hamburger hoogleraar Meyer Abich uit zich aldus; „Wenn wii uns die gewaltige Vermehrungsfahigkeit der organismischen Substanz vor Augen führen, w e l c h e . . . in verhaltnismaszig kurzer Zeit die anorganische Substanz der Erde überflügeln, wenn nicht gar verdrangen konnte, als nicht die Konstanz der Menge und der mittleren chemischen Zusammensetzung der lebenden Substanz unveranderlich waren". (Die Naturphilosophie auf neuen Wegen, 1948, S. 189). Als verdere bewijzen voor de geweldige macht van het leven vermeldt hij nog de onderzoekingen van Ehrenberg en Cohn. Wat ons nu anorganisch voorkomt, is dan ook volgens Schelling, Preyer, Bergson, Meyer Abich e.a. een door het leven achtergelaten slak. Kalkgebergten, koraalriffen, steenkolen, turf, petroleum- en gasbronnen, diamanten hebben hun oorsprong in het leven, dat ze achterliet. Oscar Feyerabend noemt ze in zijn; „Das organologische Weltbild" (1939): „Excremente des Kosmos", maar houdt ze niet voor dood. Het is leven, teruggezonken op een lager niveau (p. 100). Hoe-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's