1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 185
VERANDERKND GEZINSONTWERP
149
Wij beluisteren in deze gedachtengang allereerst tot onze vreugde een erkenning van wat in de protestantse dogmatiek wel genoemd wordt de „algemene openbaring", waarin God zijn wil en wet aan de mens openbaart in de werken Zijner handen. Helaas is deze bijbelse waarheid in protestants-theologische kring door de invloed van K. Barth sterk in discrediet geraakt, zij wordt nauwelijks meer geloofd en waar zij nog wel wordt erkend functioneert ze vrijwel niet meer in het theologisch denken. Maar aan de andere zijde menen wij toch dat men niet op de boven gerefereerde wijze een dialectisch of cirkelvormig tweerichtingenverkeer in Gods openbaring kan poneren: van Boven naar beneden in de heilsorde en van beneden naar Boven in de natuurlijke orde. De bijbelse waarheid dat alle dingen „tot God geschapen" zijn duidt inderdaad een ongebroken natuurlijke orde aan, waarin alle schepselen buiten en boven zichzelf verwijzen, uiteindelijk naar God. Ook zij toegegeven dat slechts de verlichting door de Heilige Geest in de gemeenschap der Kerk dit heenwijzende karakter van de schepping kan doorlichten. Maar deze centraal-religieuze bepaaldheid van de schepping en van de mens door de scheppingsorde is integraal, d.w.z. totaal en radicaal. In bijbelse zin verstaan verdraagt zij o.i. geen bovennatuurlijke aanvulling, en bijgevolg ook niet de dialoog of wisselwerking tussen de kerk als de instantie die de openbaring in de heilsorde „in pacht" heeft, en de leek die méér betrokken zou zijn bij de openbaring Gods in de natuurlijke orde. Deze gedachte heeft de schrijver, evenals vele andere moderne r.k. theologen niet onberoerd gelaten. Verdeelde men voorheen wat erg gemakkelijk de liefde in een natuurlijke en een bovennatuurlijke deugd, thans lezen we: „De christelijke liefde draagt geen vreemd element binnen, maar wat in de menselijke persoon van nature gegeven is, wordt door de genade verhelderd, zodat de mens ziet wie hij is en waartoe hij geroepen is. De genade voert de mens naar zijn bestemming" (167/168). Waar v^dj dus bezwaar tegen hebben is dat de christelijke liefde en de verlichting des Geestes hun authentieke positie en bakermat in het kerkelijk instituut zouden hebben, waar de verbinding tot stand zou komen tussen het natuurlijke en het bovennatuurlijke. Ook in de gangbare protestantse theologiën is deze idee, in andere vormen gegoten (bv. twee rijken leer of twee regimenten leer), zeer actueel en komt zij tot uiting in talrijke verhandelingen over de taak en de ver-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's