1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 263
DIER EN MENS
219
hoofdstukken van Genesis. Dat er verbanden liggen zal wel niemand willen ontkennen. Wanneer men echter Adam in persoon in deze periode stelt, geldt inderdaad het bezwaar dat Stellingwerf zelf naar voren brengt: In hoeverre is deze Adam representant geweest van zijn eigen voorgeslacht en vreemde volken. Stellingwerf meent dat hierover niets te zeggen valt omdat de Bijbel over die volken zwijgt. Het lijkt mij toe dat Adam slechts in existentiële zin als mens kan worden opgevat, ook al plaatst het Bijbelverhaal hem in Tweestromenland. De datering van de mens is dan uiteindelijk niet belangrijk. Wij stelden dat de mens in deze periode het wel en wee van zijn omgeving bepalen ging. Dit houdt echter tevens in dat het eigen wel en wee zich aan hem opdrong. Zijn cultuur bevorderde zijn distantie tot de omgeving, maar bracht tegelijkertijd steeds duidelijker zijn afhankelijkheid van die natuur aan het licht. De mens „schoot" als het ware door zijn „biologische barrrière". Hij selecteerde kruiden en was daardoor tot het verdelgen van onkruiden verplicht. Hij cultiveerde huisdieren en was daardoor tot uitroeien van on-dieren en wilde dieren geneigd. Hij begon met ingrijpen en iedere ingreep bracht hem meer werk en meer gegevens over zijn beperkte mogelijkheid tot ingrijpen. Bij elke nieuwe ingreep werd zijn distantie groter, nam zijn behoefte aan nog meer distantie toe. Van gebruiker werd hij tot wanbeheerder, omdat hij heerser wilde zijn. (Ik vernam trouwens onlangs dat men het „heerst" in: „Heerst over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte dat op de aarde kruipt", ook kan vertalen als „Beheer", en geef aan die vertaling de voorkeur). Men kan dit, wat zojuist gesteld werd, aan verschillende voorbeelden toelichten. In het mens-zijn zelf zijn vraagstukken gegeven, die, naar het schijnt, voor de mens vrijwel onoplosbaar zijn. Hij gebruikte vuur: had dat vuur uiteindelijk nodig om zich vrij te maken van de natuur. Hij stookte hout — en verdelgde daarmee de houtvoorraad, die nu een keer meer tijd nodig heeft om te groeien dan om te verbranden. Hij stookte turf en steenkool — die beiden gaven hem ongekende mogelijklieden om zich te verwijderen uit de levensgemeenschap, maar hij deed dat zo snel dat het probleem om in de toekomst over voldoende energie te beschikken op sommige momenten als reusachtig groot ervaren werd. Hij stookte olie, gebruikte het water als energiebron, en bedierf tegelijkertijd datzelfde water en de lucht op een zodanige wijze dat men de termen water-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's