1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 317
BEVOLKINGSDRUK ALS INTERNATIONAAL VRAAGSTUK
265
de kleutersterfte, betrokken op de zuigelingensterfte een bruikbare, zij het ruwe, maatstaf voor de gemiddelde voedingstoestand van de kleuters. Die sterfte is nl. wel meestal het rechtstreeks gevolg van infectieziekten, maar die infectiezieken eisen de hoogste tol juist van het tevoren al onder- of althans slechtgevoede kind. Nu is er nog een tweede reden waarom de besproken getallen op zichzelf weinig conclusies toelaten ten aanzien van de vraag of de bevolking van bv. India nu gemiddeld tekort komt, en dus ondervoed wordt, of niet. Die reden is de volgende: bij de beoordeling van het voedselpakket gaat men uit van de reeds genoemde aanbevolen hoeveelheden van de FAO. Deze aanbevelingen zijn aldus tot stand gekomen, dat men bij gezonde bevolkingsgroepen in meer ontwikkelde landen heeft nagegaan, wat die per tijdseenheid consumeerden, en vervolgens een wat hoger bedrag aan calorieën of specifieke nutriënten als richtlijn heeft aanbevolen. Daarbij heeft men uiteraard gebruik gemaakt van de gegevens ontleend aan, meestal over korte perioden lopende, balansproeven. Dergelijke balansproeven staan zeker onder invloed van de levensgewoonten van de proefpersoon: zo blijft bv. de kalkbalans positief bij een veel geringere dagelijkse ingestie van calcium bij diegenen, die gewend waren weinig calcium tot zich te nemen, dan bij degenen die aan een hogere dagelijkse kalktoediening gewend waren. Bij gebruikmaking van gemiddelde waarden en, via een veiligheidspercentage, van ,,aanbevolen hoeveelheden" voorkomt men weliswaar tekorten, doch de vraag rijst of een schadelijke overconsumptie niet soms het gevolg kan zijn. En het is u bekend, dat althans in Europa, over- en niet ondervoeding een belangrijke plaats inneemt onder de oorzaken van ziekte en dood. Meer informatie dan het calorieverbruik schenkt het eiwitverbruik van de bevolking. Welnu, dat is zoals u weet in alle ontwikkelingslanden laag. Maar ook daar weer is het toch niet gemakkelijk om precies aan te geven hoe hoog het idealiter zou moeten zijn, omdat daarbij, gelijk bekend, zoveel afhangt van de zg. „biologische waarde" van de diverse eiwitten. Over de moeilijkheden bij de beoordeling van die biologische waarde zal ik hier niet kunnen uitweiden; we kunnen volstaan met te constateren dat in vrijwel alle ontwikkelingslanden een dringende behoefte bestaat aan meer eiwit in de voeding, en dat, meer nog dan het totale calorische tekort, het eiwittekort de wezenlijke hoofdoorzaak is van de hier en daar nog enorme kleutersterfte. Dat ik hier zoveel aandacht vraag voor het voedselprobleem is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's