Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 204

2 minuten leestijd

168

JOH. BLOK

dat het in beginsel mogelijk is levende materie te beschrijven met behulp van een model, dat geen essentieel nieuwe componenten bevat naast de corpusculaire bouwstenen, die uit de fysica afkomstig zijn, en dat de enige beperking zal blijken te hggen in de moeilijkheid de gecompliceerde ordening en wisselwerking van deze bouwstenen te formuleren. De historische ontwikkeling van de fysica zelf echter noopt tot terughoudendheid ten aanzien van deze conclusie. Een snelle ontwikkeling op wetenschappelijk gebied leidt gemakkelijk tot onderschatting van de nog op te lossen problemen. De fysica scheen tegen het einde der vorige eeuw eveneens de belofte in te houden, dat aan het toen gangbare aanschouwelijke model geen essentieel nieuwe elementen zouden worden toegevoegd. De ontdekking van de radioactiviteit en de ontwikkeling van de relativiteitstheorie en de quantummechanica hebben ons anders geleerd en van de aanschouwelijkheid niet veel overgelaten. Momenteel bevindt de moleculaire biologie zich in een stadium, waarin de aanschouwelijkheid van het model sterk op de voorgrond staat en waarin overmatige simplificaties onvermijdelijk zijn. Zijn ook in de biologie nog principieel nieuwe ontvwkkelingen te verwachten? Zal de natuurwetenschappelijke werkelijkheidsbeschrijving ook in de biologie stuiten op een eigensoortige onbepaaldheid evenals dit in de fysica het geval was? Alleen het voortgaande experimentele onderzoek zal kunnen uitwijzen of de beschrijving van fundamentele levensprocessen al of niet een bredere basis behoeft dan fysica en chemie kunnen verschaffen. Speculaties over de waarschijnlijkheid van beide mogelijkheden hebben in het huidige stadium weinig zin. De wetenschappelijke objectiviteit gebiedt ons echter ze beide open te houden. Hiermee bedoel ik niet te suggereren, dat men voortgaande in het moleculaire schema wellicht eens zal stuiten op iets geheimzinnigs, dat men zou kunnen aanduiden met „het leven zelf", dat dan voor verder onderzoek ontoegankelijk zou zijn. Het leven zelf is in de totale menselijke werkelijkheid begrepen en de natuurwetenschap houdt zich, zoals ik eerder heb betoogd, krachtens haar aard bezig met een abstractie hiervan, de reproduceerbare verschijnselen selecterend en schematiserend. De vraag of de natuurwetenschap tenslotte op het leven zal stuiten, vormt daarom een schijnprobleem. Zij kan niet op het leven stuiten, want dit komt als zodanig in de natuurwetenschap niet voor. Weliswaar kan er een biologische definitie van „levend" en „dood" worden gegeven, doch zodra men dit

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 204

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's