1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 190
154
A. TROOST
funderingsstructuren (172), al hebben deze dan geen regulatief-doorslaggevende betekenis zoals de huwelijksZie/de in haar morele zin. Alleen zou ik dan t.a.v. de anticonceptionele middelen, evenzeer als t.a.v. tijdelijke onthouding, liever niet willen spreken van een tegennatuurlijkheid die geneutraliseerd wordt door de hogere waarde der wederzijdse liefde (175), maar van een volkomen legitieme natewrbeheersing, waartoe roeping en macht door God gegeven zijn en waarvan de eventuele als onbehaaglijk ervaren schaduwzijden door de liefde kunnen worden opgevangen en geneutraliseerd. Ook releveer ik met dankbare instemming dat prof. Hulsbosch de traditionele doelstellingenleer inzake het huwelijk op geen enkel punt deugdelijk acht (177). Alleen zijn argumentatie kan ik niet volgen, alsof „de wederzijdse relatie tussen twee personen geen middel tot een doel zijn". Hierin hoor ik wel de stem van Kant en van het moderne personalisme doorklinken, maar zie ik geen fundamentele doorbreking van de aristotelisch-thomistische denkwijze die heel het leven in het schema middel/doel geordend ziet en waaraan het substantialistische denken in wezensstructuren ten grondslag ligt. Maar alleen reeds de scherpe afwijzing door prof. Hulsbosch van de procreatie als intern huwelijksdoel, blijkt de weg open te breken voor allerlei bevrijdende uitspraken, die de waarlijk onnatuurlijke frustraties in menig huwelijksleven kunnen opruimen. Noch in de instandhouding van het menselijk geslacht, noch in omgekeerde richting, in de bezorgdheid over de bevolkingsaanwas, zelfs niet in het expliciet verlangen naar kinderen, liggen de motieven voor de geslachtelijke huwelijksbeleving. Bijzonder belangrijk acht ik ook de beschouwingen van de schrijver over het natuurlijk verzadigingspunt dat de ouderliefde bereikt. Dat punt zal bij verschillende echtparen en in verschillende omstandigheden niet bij eenzelfde gefixeerd getal liggen, maar voorbij dit punt worden in ieder geval geen kinderen meer gewenst, ook al worden ze weer in liefde verzorgd als ze toch komen.
S^uieursoiograflca Geboren 1916. Opleiding; H.B.S., Staatsexamen, Theologie (Kampen en Amsterdam). Predikant: in Vleuten/De Meern, Beetgum, Kootwijk, sinds 1958 studentenpredikant in Rotterdam en sinds 1964 tevens buitengewoon hoogleraar in de sociale ethiek aan de Vrije Universiteit. Publicaties: Diss. ,,Casuïstiek en Situatie-ethiek", 1958, voorts artikelen en bijdragen in bundels.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's