1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 149
WEZEN, ZIN EN STRUCTUUR DER WERKELIJKHEID
117
de tweede Adam, maar hier spreekt de Schrift de taal van onze vóórtheoretische ervaring. Christus' verschijning in de volheid des tijds — dus na de mens uit het paradijs — weerlegt echter niet de opvatting, dat Hij wezenlijk de Eerstgeborene der ganse Schepping is. Hier moet de proteron-hysteron regel worden toegepast, dat wat in de wereld van het leven het laatst aan ons verschijnt, in wezen het eerste is, als stuwend en leidend principe. Het is wel te verstaan, dat men er moeite mee gehad heeft, om in Col. 1 : 15 de naam „Eerstgeborene der ganse schepping" letterlijk te nemen, en in die naam meer de rangorde heeft menen te moeten verstaan, dan de tijdelijke volgorde. Inderdaad had de eerstgeborene onder Israël meerdere en hogere rechten dan de latergeborenen. Maar deze meerdere en hogere rechten vloeiden dan toch voort uit het in werkelijkheid de eerstgeborene te zijn. En ook kan God uit kracht van zijn souvereiniteit Jakob verkiezen boven Ezau en Efraïm boven Manasse. Maar Hij doet dit alleen om te tonen, dat genade geen recht is. Bij de Here Jezus Christus is alles echter werkelijk. En ook, indien vrees voor pantheïsme, Arianisme, en in de hervormingstijd voor Osiandrianisme de exegese van Col. 1:15 beheerst heeft, dan mag deze vrees toch niet doorslaggevend zijn. We hebben inderdaad te doen met het mysterie van de goddelijke en menselijke natuur van Christus, die niet van elkaar gescheiden mogen worden beschouwd. Er zijn geen twee reeksen teksten voor zijn goddelijke en menselijke natuur. Hoe Christus, die „vere Deus" en „vere Homo" in één Persoon is, de Eerstgeborene der ganse schepping kan zijn, blijft een even groot mysterie als Zijn verschijning uit de Maagd Maria. Indien dit laatste geen pantheïsme is, dan ook niet het feit, dat Hij de Eerstgeborene der ganse Schepping is, in letterlijke zin genomen. En wat het Arianisme leerde, dat de Zoon het eerste en hoogste schepsel was, dus niet eeuwig prae-existent, hieromtrent geldt, dat een kosmische prae-existentie als Eerstgeborene aller creaturen zijn goddelijke prae-existentie als Eeuwige Zoon van God niet uitsluit. Wat voorts Osiander en veel anderen betreft, die i^ren, dat Christus ook mens zou zijn geworden, als de zondeval niet plaatsgegrepen zou hebben, deze leer is hoogmoedige speculatie, wijl ze een raad Gods wil bedenken naast het gerealiseerde plan van God. De zondeval is nu eenmaal een feit geweest en de gang der menselijke geschiedenis is erdoor bepaald. Hoe Christus kosmisch prae-existent is, blijft een verborgenheid. Maar Hij is het leidende, stuwende Principe der werkelijkheid. Wij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's