Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 350

2 minuten leestijd

294

J. LEVER

stoffen, waarvan voortdurend door de herbivoren geoogst kan worden. De dieren, daarentegen, moeten zich kunnen verplaatsen om hun plantaardig of dierlijk voedsel te kunnen opzoeken en zij moeten het kunnen grijpen, afbreken, overweldigen, en zo verkleinen dat zij het in moleculaire vorm door hun darmwand kunnen opnemen. Daartoe bezitten zij gespierde voortbewegingsstructuren, kaken, klauwen, spijsverteringsorganen, enz., terwijl zij o.m. voor het opzoeken van hun voedsel en voor het waarnemen van concurrenten en van dieren die juist hen als voedsel willen gebruiken, beschikken over velerlei detectie-apparaten, de zintuigen. De vrijlevende dieren zijn dan ook veel ingewikkelder en geconcentreerder wezens dan de planten. Immers de zintuigprikkels moeten verwerkt worden en de voortbewegingsorganen beheerst. Deze verwerking en beheersing geschieden door een zenuwstelsel, waarin razendsnel van allerlei organen komende electrische impulsen op computerachtige wijze gecoördineerd worden — ook met in een geheugen bewaarde indrukken van vroegere gebeurtenissen — zodat het dier tot adaequate reacties komt. Het vrijlevende dier heeft daardoor een veel hogere mate van gespannen individualiteit en van openheid en reactiviteit ten opzichte van 2djn omgeving, dan de groene planten. Het tweede fundamentele feit waarvoor een overzicht van de voedselketen ons plaatst is dat de dieren veelal hun voedsel levend eten. De herbivoren verslinden voortdurend levende plantendelen, terwijl de carnivoren jacht maken op andere dieren, hen overweldigen, verscheuren, en deels of geheel levend doorslikken. Vanuit dit gezichtspunt is de levende natuur hier op aarde een molen waarin voortdurend leven wordt vermalen en gedood. Wij moeten goed bedenken dat dit een onontkoombare zaak is en wel enerzijds omdat de structuren der organismen hierop zijn gericht en gespecialiseerd, maar anderzijds ook omdat de reproductie der organismen hierop geheel is ingesteld. De mossels op onze dijken produceren ieder meer dan een miljoen eitjes per jaar, een kabeljauw 8 miljoen, sommige lintwormen gedurende meer dan 10 jaar ongeveer 700.000 per dag. Wanneer er geen carnivoren zouden zijn die weer van de eieren, larven of jongen dezer dieren zouden leven, zou de gehele natuur spaak lopen. En deze over-productie geldt voor alle organismen. Men denke maar aan muizen, ratten konijnen, katten, honden. Kortom, er is in de levende natuur van zowel producent als consument een geweldig geboorte-overschot nodig, in het bijzonder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 350

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's