Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 80

3 minuten leestijd

56

J. BLOK

van de natuurlijke dingen. Het laatste duidt erop dat men veronderstelde dat er een dergelijke natuur voor het geheel der natuurlijke dingen was, wat in een stof-vorm beschouwing voor de stof wel voor de hand lag maar voor de vorm niet vanzelfsprekend was. Indien men zo het geheel der natuurlijke dingen beziet vat men deze als eenheid op. Bij het gebruik van het begrip natuur blijken de beide genoemde zienswijzen, elkaar te doordringen; men duidt met „natuur" een collectiviteit aan, nl. de gehele wereld, die als een groot geheel met een eigen natuur beschouwd dient te worden en die „in zichzelf bestaat". Analyse van deze natuur is geen kwestie van waarneming maar van een kritisch denkproces; de vorm, de essentie van de concrete dingen is intelligibel. Dit natuurbegrip is nu beïnvloed door, en heeft invloed uitgeoefend op het begrip schepping zoals dat in de Bijbel gebruikt wordt. In de eerste twee hoofdstukken geeft De Jong een uitvoerige bespreking over het scheppingsgeloof: allereerst de bijbelse fundering waarbij hij tracht aan de oud-testamentische èn de nieuw-testamentische gegevens recht te doen. Daarna bespreekt hij de visies van theologen als Barth en Brunner, Bultmann e.a. met betrekking tot de schepping en de samenhang bijvoorbeeld met de christologie. Luisterend naar „het veelstemmige koor" van de bijbelschrijvers legt De Jong sterke nadruk op de eenheid van Gods scheppend handelen. Schepping, geschiedenis en verlossing worden vaak in één adem genoemd. „Gods scheppend handelen is bewarend en bevrijdend inzoverre Hij mèt het door Hem geschapene en mèt zijn schepsel is, zowel door vastheid en bestand te waarborgen alsook — en dan eerst recht — door metgezel en bondgenoot te zijn op 's mensen levensreis. Zo is Hij de Heer — garant en rechthebbende — van de aarde en haar volheid. Gods scheppend handelen mag herschepping en voleinding genoemd worden, in zoverre Hij zijn oogmerkt volvoert dat Hij van de aanvang heeft gehad met al wat Hij voortbracht en in stand houdt, en tevens de weerstand te bovenkomt die vooralsnog in chaos, dood en zonde het geschapene bedreigt, afbreuk doet en misvormt; zonder dat dit scheppen overigens ooit heeft opgehouden „woord" van Gods „spreken" te zijn, d.w.z. geheimenis en zelf-expressie (pag. 40). Daarom verzet De Jong zich tegen iedere visie die God min of meer beschrijft als de demiurg die kosmos, leven en mens „maakt", tegen de deïstische zienswijze, waarbij God al wat is „in stand houdt" en tegen de existentiële reductie waarbij het gezag van God alleen over

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's

1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 80

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's