1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 142
110
K. SPOELSTRA
S 122) en Dr. C. J. Dippel vermeldt in „Geloof en Natuurwetenschap" (p. 79) de opvatting van Eugen Rosenstock-Huessey: „Wir sind Aussprüche unseres Schöpfers". Herman Kutter, de in 1931 gestorven Züricher theoloog, publiceerde in 1924 een boek: „lm Anfang war die Tat". Daarin schreef hij: „Was ist Anfang? Ein Wort. Was ist Ende? Ein Wort. Was ist Welt? Ein Wort. Was sind Sonne und Sterne? Worte. Was ist Realitat? Ein Wort" (S. 22). Zo is het! Karl Heim zegt; „lm Unterschied von allen Worten, die innerhalb der irdischen Welt gesprochen werden, hat also dieses W o r t . . . eine sofortige Ausführung seines Inhaltes zur F o l g e . . . Es gibt auch auf Erden in besonderen Pallen ein Sprechen, bei dem eine Entscheiding fallt, die sofort in die Tat umgesetzt wird. Das ist das militarische Kommando". (Welschöpfung und Weltende, 1952, p. 71). Reeds in zijn: E Voto Dordraceno 3) I 206 had Dr. A. Kuyper Sr. geschreven: „Men mist alle recht, om het spreken Gods bij de Schepping met het commando van een veldheer op één lijn te stellen". Dat doet Heim ook niet. „Dieses Kommando eines Offiziers erscheint hier als das nachste Analogon zu dem Machtwort Gottes". Want — zegt hij — het kan op „Widerstand" stuiten, wat met het scheppingswoord Gods niet het geval is. Dat de werkelijkheid is door het spreken Gods, en derhalve woordkarakter heeft, impliceert veel. Het impliceert allereerst, dat ze totaal afhankelijk is van Hem. Ze is er, omdat Hij spreken wil. Als Hij haar niet spreken wil, bestaat ze niet. Het impliceert ten tweede, dat de geschapen werkelijkheid eindig is naar uitgebreidheid en duur. Ze strekt zich uit, zover God haar scheppend uitspreken wil, en duurt zolang Hij haar uitspreken wil. Onvoorstelbaar zijn de verten waarheen het universum reikt en waarheen het zich waarschijnlijk nog altijd uitdijt. En hoelang bestaat het reeds! De schattingen lopen uiteen. De natuurfilosoof Meurers, die daarover een studie schreef, schat de duur van het universum op 10 milliard jaren ^). Dat is de ruimste schatting, die ons onder de ogen kwam. Anderen ramen de duur van het heelal op milliard jaren. Maar hoe het ook zij, het is voor ons onvoorstelbaar lang. Gesteld dat, gezien de lange duur, dat het heelal reeds bestaan heeft, gezien ook de grote onzekerheid in de ouderdomsbepaling van de schepping, wij zouden mogen zeggen, dat het eeuwig had bestaan, dan zou deze eeuwigheid toch nooit Gods eeuwigheid zijn, maar een door en door
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's