1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 257
KENNIS OVER HET DIER EN ZIJN OMGEVING, IN VERBAND MET DE SITUATIE VAN DE MENS*) DOOR
L. V L I J M Doet men er wel goed aan vanuit kennis over de relaties van dieren en hun omgeving te denken in de richting van de mens? Of is deze denk-weg een doodlopend pad? Velen, ook in wetenschappelijke kring, beklemtonen het anderszijn van de mens, zijn onvergelijkbaarheid. Anderen nemen een wat voorzichtig standpunt in door te zeggen, wanneer zij de biologische aspecten van het mens-zijn bespreken, dat er beperkingen zijn, dat slechts beperkte conclusies over de mens mogelijk zijn vanuit de biologische gezichtshoek. Er is echter ook een derde groep van onderzoekers, die betrekkelijk vrij gegevens, ontleend aan onderzoek bij dierlijke organismen, toepast op de mens. En beide laatste groepen zijn ervan overtuigd dat het denken over de biologie van de mens waardevol is tot het begrijpen van die mens. De problemen van het mens-zijn zijn zeer gevarieerd maar enkele daarvan hangen ongetwijfeld samen met het biologische wezen van die mens. Het is in dit veld van onderzoek dat ik zou wülen trachten een inleiding te geven tot het thema van dit congres. Het thema van de toekomst van de mens, zijn vrijheid en verantwoordelijkheid. Dat is nogal een onderneming. Niet-falen zal hier reeds een vorm van slagen zijn. Het te verkennen terrein kan worden aangeduid als: de oecologie van de mens. In die oecologie zal vooral de biologische zijde belicht worden. Daarbij dient echter geen vertekend beeld van de mens te ontstaan. De mens mag niet worden teruggebracht tot zijn biotischzijn alleen. In dit verband kan het gewenst zijn een enkel uitgangspunt wat nader te formuleren. Reeds in de wortel van het mens-zijn schuilt (zo lijkt het) het probleem van de integratie van het lichaam (de biotische structuur) in de mens als wezen. Het lijkt mij toe dat het juist dit probleem is dat ons thans bezig houdt. De integratie van bepaalde, veelal te laag *) Voordracht gehouden op de Landdag van de Christelijke Vereniging van Natuur- en Geneesliundigen, 20 mei 1966, in het Internationale Congrescentrum R.A.I. te Amsterdam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's