1966 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 86
62
J. BLOK
Dippel zeer bevreesd voor lichtvaardig gebruik van het woord schepping. Schepping is een werk van God waarvan wij eigenlijk nog niets weten. Wij zien als het ware tegen de achterkant van het weefsel aan en kunnen alleen maar vermoeden wat de voorkant voorstelt (pag. 191). Het werk van God is verborgen, wij kunnen er in geloven, we kunnen het niet zien (pag. 217). Vandaar dat Dippel dan toch maar het afgekeurde woord natuur wil handhaven. Hij realiseert zich dat dit een gespleten geloof zou kunnen introduceren, maar liever „een schizofreen, gespleten geloof en leven dan een vulgaire logische appelmoes van bovennatuurlijk en natuurlijk" (pag. 223). Ik dacht dat Dippel hier zichzelf in moeilijkheden brengt door de publieke en unieke ervaring niet alleen te onderscheiden maar ook te scheiden. Een dergelijke scheiding is in feite onmogelijk, gezien de eenheid die er in Gods werk is en dientengevolge ook in onze ervaringen. Ik kan geheel met hem meevoelen dat het woord schepping niet lichtvaardig gebruikt mag worden en dat we altijd bewust moeten zijn dat ons kennen maar zeer ten dele is. Maar al zien we alleen een stukje van de achterkant van het kunstwerk, we zijn dan toch bezig het kunstwerk te bestuderen. Al zullen we direct toegeven dat er heel veel is wat ons verstand te boven gaat, de erkenning dat wij bij ons onderzoek iets bestuderen dat uit Gods hand komt en door Hem in stand gehouden wordt is meer waard dan de wetenschap dat we de „natuur" bestuderen. En wie in die studie uit het geloof meent iets van Gods schepping te zien mag dat zeggen en belijden evenals de psalmdichters en profeten dat mochten zeggen; al is, en dat ben ik met Dippel eens, een fotowedstrijd over het zien van Gods schepping een wat vreemde zaak (pag. 216 ev.). 3.
De mens in de schepping Hiermee samenhangend zijn de vragen over de plaats en taak van de mens in de schepping. Dippel erkent dat de mens hier woont en werkt „als partner in Zijn scheppende werkzaamheid, met de unieke informatie in confrontatie met de publieke ervaring, in navolging van Jezus Christus" (pag. 231). „Aan ons — instabiele en roofzuchtige primaten — is deze door God geformeerde wisselwerkingswereld ter beschikking gesteld, ook nu nog als zonen, als knechten Gods om ze te bewerken en te bewaren" (pag. 231). Dippel gebruikt hier voor deze wisselwerkingswereld de al besproken uitdrukking „natuur" en vervolgt dan „Niet de schepping, maar de natuur is ons, mensen, in verantwoordelijkheid toevertrouwd". Wij mogen de „hand Gods zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 368 Pagina's