Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 281

2 minuten leestijd

H. R. WOLTJER

227

„post eventum", misschien nog erger ,,ex eventu". De talrijkheid van een nakomelingschap kan men immers slechts constateren als zij er reeds is. Of zit er nog wat anders achter? Kan misschien het hebben van een talrijke nakomelingschap in rechtstreeks verband worden gebracht met de genen of de „gene-pool" van een populatie? Ik weet het niet. Hier ligt misschien een van die „technisch-wetenschappelijke" zaken, waarop Vlijm in zijn vierde alinea van blz. 221 zinspeelt. Een verdere moeilijkheid ligt voor mij in het spreken over „de frequentieverdeling van genen binnen de „gene-pool"". Frequentieverdeling of -distributie is een uit de statistiek vertrouwd begrip; dan gaat het altijd om de talrijkheid van het optreden van een zekere meetbare grootheid in een bepaald interval van die grootheid. Bekende eenvoudige voorbeelden zijn de statistische verdeling van het inkomen van een bevolking of van de lengte van de individuen. Dan moet men allereerst een afspraak maken over de grootte van het „interval"; in het geval van de lengten kunnen we daardoor b.v. 5 cm kiezen en dan nagaan hoeveel individuen van de bevolking een lengte hebben tussen 150 en 155 cm, tussen 155 en 160, 160 en 165 enz. Zet men de gegevens uit in een grafiek, dan ontstaat de bekende trapjeskromme. Natuurlijk moeten de lengten kleiner dan 150 cm ook in de verwerking betrokken worden. Trekt men zo goed mogelijk een vloeiende kromme lijn door de middelpunten van de „treden", dan zal men in dit geval de vertrouwde klokvorm vinden. Maar nu rijst de vraag: wat is in het geval van de frequentieverdeling van genen binnen de „gene-pool" de grootheid, waarvan de frequenties worden opgemaakt? Nu we het toch over de genen hebben, zou ik willen vragen of in de beschouwingen van Mayr ook die „nieuwe theorieën" passen, waarover de Eindhovense fysicus Rietjens spreekt in zijn, het vorige jaar (28 oktober) gehouden inaugurele rede, als hij opmerkt: „In genen b.v., waarvan de lineaire afmeting ongeveer 300 A. bedraagt, is slechts plaats voor een beperkt aantal, circa een miljoen, atomen. Dit aantal is volgens de waarschijnlijkheidsrekening veel te gering om alle erfelijke eigenschappen te bevatten die in de genen zijn opgesloten en die zich uiten in het feilloze en ordelijke verloop van de hele ontwikkeling van een zeer specifiek wezen alsmede het inzetten van dit ontwikkelingsproces. Nieuwe theorieën waarin wordt gesteld dat erfelijke eigenschappen ook buiten de chromosomen zouden zijn opge-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 281

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's