Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 170

3 minuten leestijd

132

S. J. RIDDERBOS

het niet de bedoeling is, dat ze als normatieve elementen er „uit" komen. Veel belangrijker dan bepaalde inhouden, die we eventueel voor van alles en nog wat aan de Bijbel zouden kunnen ontlenen, acht ik de houding, waarmee de Bijbel ons in de werkelijkheid zet. Die houding is allereerst een zeer kritische, omdat de God van de Bijbel ons primair tegenspreekt en onze vanzelfsprekendheden in de war brengt. In deze zin zou ik ook voor de hantering van de ,,natuurlijke evidentie" de Bijbel een kritische maatstaf willen noemen. In de tweede plaats beschouw ik de geschiedenis als zodanig, want de ervaring van zoveel eeuwen heeft ons geleerd niet te gauw iets evident te noemen en het zgn. natuurlijke bleek al zo vaak puur tijdgebonden te zijn geweest. Men moet m.a.w. door het relativisme van het historisme zijn heengegaan, om van de evidentie een verantwoord gebruik te kunnen maken. Als ik de evidentie als kenbron niet op zich zelf staand maar in een groter geheel wil zien, denk ik (om in het beeld te blijven) aan de woestijn van de geschiedenis en aan de lusthof van de Bijbel. We kunnen met een ander beeld ook zeggen: het evidentiebegrip moet „gedoopt" worden, gedoopt door het relativisme van de menselijke ervaring en door de kritiek van het goddelijk Woord. Dopen is echter iets anders dan verdrinken. Ik vrees, dat dit laatste tegenwoordig dikwijls het geval is. De huidige mens wordt met zoveel gegevens uit de geschiedenis en het heden van allerlei culturen geconfronteerd, dat hij daardoor van zijn stuk dreigt te raken en elke evidentie zich oplost. Als reaktie daartegen of in elk geval daarmee parallel noemden wij het verschijnsel in de theologie om alles op de christologie te concentreren en aan zgn. evidenties daar buitenom geen of weinig waarde toe te kennen. Inderdaad hebben we met vele van deze evidenties ook leergeld genoeg betaald, maar aan de andere kant is een hyperkritische en relativistische levenshouding ook niet gezond. Het behoort tot het gezonde leven om in een relatie van vertrouwen tot de werkelijkheid te staan. Het is goed, dat de wetenschap al deze vanzelfsprekendheden onder de loep neemt, maar de wetenschap kan in deze theoretische distantie ook ziek worden, zodra zij de band met de werkelijkheid, waarin ook een echte evidentie gegeven is, verliest. Op deze wijze kan het hele evidentiebegrip verdrinken en daarom voeren wij er het pleit voor om het liever te dopen in de hierboven aangeduide zin. Dit alles is o.i. voor onze hele leveninstelling van het grootste be-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 170

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's