Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 278

3 minuten leestijd

224

„THE SURVIVAL OF THE FITTEST" EN HET TOEVAL, I

omstandigheden ook niet een statistisch te benaderen frequentie van hun optreden?) oefenen invloed uit op de evolutie (in dit geval zijn micro-evolutie) van een populatie van een soort, en, misschien op de soort zelf. Deze overwegingen brengen ons terug tot een artikel van Woltjer, betreffende het denken van W. G. Pollard, waarin iets dergelijks aan de orde is. Ik citeer een zin: „the key to providence in the form in which we as Christians perceive it, is to be found in the appearance of chance and accident in history . . . . " . Wat Pollard hier — als ik het goed begrijp — bedoelt is dat de kansfactor — die zich vaak als toeval aan ons voordoet — weliswaar de enige feitelijke verklaring voor tal van wetenschappelijke phenomenen inhoudt, doch dat tegelijkertijd de Christen in de realisering van deze phenomenen een gerichtheid waarneemt (wellicht mede door de „visie" van het geloof), waardoor hij onder of achter de feiten voorzienigheid ziet. Ik meen dat het gebruik van „toeval" in de wetenschap meestal het inbrengen van deze „kans" factor betekent. Dit betekent dat ik het met Pollard eens kan zijn, als hij schrijft (geciteerd volgens Woltjer): De mogelijkheden van verder beloop van natuurlijke processen hebben ieder hun eigen waarschijnlijkheid in die zin, dat, ais men het in beschouwing genomen proces onder zo goed mogelijk identieke omstandigheden vele malen zou herhalen, er een vaste verhouding tussen de verwerkelijking van de verschillende voortzettingsmogelijkheden zou blijken te bestaan en dat men in die zin van „statistisch" kan spreken. Nu is het prettig dat de gekozen formulering hier een zeer voorzichtige is: indien men een proces zou herhalen, zou er een vaste verhouding blijken te bestaan. Indien we in termen van evolutieprocessen spreken kan men een dergelijke opzet niet realiseren. Processen in de evolutie zijn „eenmalig" geweest, in die zin dat ze slechts onder de op dat ogenblik vigerende omstandigheden konden plaats hebben. Toch blijft ook in dit geval de „verklaring" van deze „toevalsprocessen" in hetzelfde, statistische, vlak liggen . Wellicht kan een en ander verduidelijkt worden aan de tegenwoordige inzichten betreffende het optreden van mutaties. Van mutanten werd en wordt vaak gezegd dat ze „toevallig" ontstaan. Onder dit „toevallig" wordt verstaan dat voor het heden niet voorspelbaar is wanneer een mutant op zal treden. Aan de andere kant staat voor veel mutanten de frequentie in hun optreden vast. Men kan de frequentie van optreden verhogen door bepaalde milieu-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 278

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's