Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 110

2 minuten leestijd

80

J. VELDKAMP

De naaste omgeving van de aarde Dank zij de stimulerende invloed van het Internationale Geofysische Jaar 1957/1958 is de kennis van de aardse dampkring en van het overgangsgebied naar de interplanetaire ruimte enorm gegroeid. Wij verdelen tegenwoordig de dampkring in vijf schillen: troposfeer, stratosfeer, mesosfeer, ionosfeer en exosfeer. Deze indeling is gebaseerd op bepaalde fysische eigenschappen die voor iedere schil kenmerkend zijn. Over de troposfeer en de stratosfeer behoeven wij nauwelijks te spreken; zij worden door de popularisering van de meteorologie vrijwel dagelijks onder de aandacht gebracht en wij mogen dus bekend veronderstellen dat de stratosfeer een gebied is van lage temperaturen. Op een hoogte van 40 tot 50 km wordt in de stratosfeer echter een hoge temperatuur aangetroffen. Hier begint de derde laag; de mesosfeer. Dit is een laag van met de hoogte dalende temperatuur, die op 80 km hoogte overgaat in de ionosfeer. De ionosfeer wordt gekenmerkt door een zeker gehalte aan geladen deeltjes, vrije electronen en ionen, ontstaan door de ioniserende werking van het ver-ultraviolette zonlicht. De ionosfeer is van grote practische betekenis, omdat hij door de aanwezigheid van vrije electronen als een spiegel fungeert voor radiogolven; deze kunnen door weerkaatsing tussen het aardoppervlak en de ionosfeer in zigzagbanen rondom de aarde lopen. Als vijfde laag moet de exosfeer worden genoemd, die reikt van 600 tot 2000 km boven de aarde. Het typerende van de exosfeer is de buitengewoon grote ijlheid van het dampkringgas. Bovendien is in deze laag de samensteling van het gas sterk afwijkend van de lucht die wij bij het aardoppervlak inademen. In plaats van moleculaire stikstof en moleculaire stikstof vindt men in de exosfeer atomaire zuurstof, helium en waterstof. Men zou kunnen zeggen dat op deze grote hoogte de lichte atomaire gassen drijven op de zwaardere moleculaire bestanddelen, maar de juiste reden is dat in een gas onder invloed van de zwaartekracht de lichte atomen zich over een veel grotere hoogte verspreiden dan de zwaardere deeltjes. Met toenemende hoogte krijgen daardoor in de dampkring de lichte bestanddelen de overhand. De bovengenoemde vijf sferen, de troposfeer tot en met de exosfeer, zijn schillen van de dampkring die een totale dikte hebben van ongeveer 2000 km. Toch komen wij buiten de exosfeer nog niet in de interplanetaire ruimte terecht, want de exosfeer wordt omsloten door de geweldige ruimte van de magnetosfeer. Zoals de naam aanduidt ontleent deze sfeer zijn bestaan aan het aardmagnetisme, dat tot

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 110

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's