Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 259

2 minuten leestijd

L. VLIJM

209

4. De invloed van verschillende milieucomponenten op de grootte van een populatie verschilt afhankelijk van de dichtheid, afhankelijk van de soort, afhankelijk van de populatie en dat alles continu in de tijd. In het antwoord van Slobodkin c.s. (1967) vinden wij allereerst de belangrijke opmerking dat in hun eerdere publicaties „certain statements concern trophic levels as wholes, and may not necessarily apply to every subset of populations within trophic levels. . .. Our statements, then, apply to the quantitatively dominant species but not necessarily to the numerical majority of species in any ecosystem. We were, in fact, claiming a good deal less than many of our critics have thought". (Slobodkin, Smith en Hairston, 1967, pag. 109). Onzes inziens zijn de auteurs hier niet duidelijk genoeg. Zij hebben de misvattingen die optreden allereerst te wijten aan het feit dat b.v. het begrip populatie zeer onzorgvuldig is gebruikt (men behoort dit begrip slechts toe te passen op de soort. Wanneer b.v. gesproken wordt over de dier-populatie van een vijver, is het gebruik onzuiver), terwijl zij bovendien niet voldoende duidelijk hebben gemaakt dat het hen ging om algemeenheden van het energie-verloop door een levensgemeenschap. Alvorens wij echter enige verdere opmerkingen maken over de standpunten, willen wij nagaan wat Slobodkin c.s. zeggen over „natuurlijk evenwicht". Allereerst maken zij bezwaar tegen de opvattingen van Ehrlich en Birch, omdat deze alle toevalsfactoren (stochastische factoren) uit hun begrip van ,,natuurlijk evenwicht" hebben uitgebannen. Daarmee is immers het „natuurlijk evenwicht" wel zeer nauw omgrensd, en feitelijk tot een caricatuur gemaakt. Wat verstaan Slobodkin c.s. er dan onder? „By „balance of nature" we refer to the persistance of ecological systems as a result to compensate for perturbations" (pag. 119). Principieel ligt de onenigheid, naar hun besef, in het relatief belang dat wordt toegekend aan de negatieve correlatie van dichtheid en de toe- of afname van het aantal organismen. Zij wijzen er in dit verband op dat Tanner in een onderzoek bij 47 van de 64 onderzochte organismen een negatieve correlatie tussen de groeisnelheid van de populatie en de grootte van de populatie heeft kunnen aantonen. Hieruit zou men kunnen concluderen, dat er van een universeel verschijnsel sprake is, m.a.w. dat in het algemeen de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 259

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's