1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 214
I 168
C. J. DIPPEL
3.
Het „praktisch-fysisch-positivisme". Dank zij deze ontwikkeling mogen we niet schuwen te erkennen, dat we aan de laboratoriumtafel en in onze publicaties allen praktischfysisch-positivist zijn. D.w.z. we baseren ons op empirisme en erkennen, dat we geen kennis van de buitenwerkelijkheid krijgen door bloot nadenken, a priori; we beperken ons tot beschrijving van gereinigde ervaring en zien af van absolute verklaringen; we zijn er op uit om schijnproblemen te herkennen en te elimineren; we zien af van een begrijpen van „de totaliteit", onze kennis is fragmentarisch; we vermijden metafysische argumentatie. Dit fysisch positivisme en haar werkelijke bescheidenheid moet I scherp worden onderscheiden van het vaak onbescheiden en heers/ zuchtige filosofisch positivisme. Daar ga ik nu niet op in. Maar wel / moeten we ons bewust zijn, dat ons congresthema verstaan kan worden als een metafysische uitdaging. Als we spreken van een „gereduceerde werkelijkheid" — hoe weten we dan dat er „méér" is aan werkelijkheid? Zijn we wel gerechtigd te spreken van „totaliteiten", die dan bovendien nog onderscheiden worden? Het antwoord kan slechts de erkenning inhouden, dat we hiermede de exakte natuurwetenschap verlaten en we midden in de problematiek van geloof en NW terecht komen. Ik wil mij beperken tot drie punten, die een nadere aandacht vragen: 1. het feit van het toenemend populaire geloof in de NW als totale werkelijkheidsbeschrijving; 2. de bewustwording van de godsdienstige ervaring van het gegeven van de Openbaring; 3. de bewust^'l/ wording waaróm we niet verder komen dan een gereduceerde werkelijkheidsbeschrijving, waarom we mogen geloven in de volheid van de werkelijkheid Gods en tegelijk de gereduceerdheid van de , profane wetenschap vreugdevol mogen aanvaarden. I 4. Het populaire metafysisch zelfbedrog Ondanks alle anti-metafysische tendenzen is de mens een geboren metafysicus. De zgn. secularisatie, die het vinden van de weg naar het christelijk geloof zo uitermate bemoeilijkt, berust niet allereerst op een openheid tot dienst aan de wereld, maar op een metafysisch besluit. Vandaar dat secularisatie en secularisme in eikaars snel doorlopen verlengde liggen. De theoloog Fr. K. Schumann ziet in het geloof in de NW m.i. terecht de hefboomJtot het secularisms „Der .^'W^ SaFularismus... ist also darin zu sehen, dasz die durch relativen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's