Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 172

3 minuten leestijd

134

S. J. RIDDERBOS

tussen de inhoud van zijn apostolisch gezag en de vorm, die hij gebruikte als kind van zijn tijd. Ik weet wel, dat dit schema van „vorm en inhoud" doodgevaarlijk is, maar ook de meest fervente tegenstanders ervan gebruiken het, voorzover ze niet klakkeloos teksten citeren maar deze proberen ,,toe te passen" op de tegenwoordige tijd. Mijn toepassing van dit alles luidt als volgt. Als Paulus over tegennatuurlijk spreekt, doet hij dit m.i. vanuit zijn evidentiegevoel en niet krachtens een bijzondere openbaring. Hij spreekt hier als over een vanzelfsprekende zaak, die ook voor zijn lezers zonder meer duidelijk is en die zelfs de door hem veroordeelden slechts op gewrongen wijze zouden kunnen ontkennen. Nu zouden wij in een latere eeuw tot de conclusie kunnen komen, dat Paulus en zijn tijdgenoten zich in hun evidentiegevoel hebben vergist. Dat zij m.a.w. vanzelfsprekend vonden, wat helemaal niet vanzelf spreekt of tenminste in een andere cultuursituatie voor anderen niet meer vanzelfsprekend is (vgl. bijv. zijn beschouwingen over de haardracht). Ook een apostel kan zich vergissen en in elk geval spreekt hij tijdgebonden. Hiermee wordt zijn apostolisch gezag niet te niet gedaan, want het gaat er maar om wat hij als apostel wilde zeggen, wat als een apostolisch woord met gezag tot ons komt. Naar mijn mening is in de betreffende passage de spits van het apostolisch betoog, dat er tegen de door God gestelde orde gehandeld wordt en dit wordt door Paulus als tegennatuurlijk veroordeeld. Ook al zou blijken, dat Paulus met dit concrete voorbeeld niet gelukkig is geweest, blijft toch zijn boodschap onaangetast, dat het een mens niet geraden is tegen de natuur, d.i. hier: tegen de van God gegeven ordening in te gaan. Dit laatste richtsnoer geeft de Bijbel ons in elk geval in handen, maar we zouden de bijbelse boodschap o.i. te kort doen, indien we voor ons probleem er meer uit deduceerden. Ook na Romeinen 1 moet ons evidentiegevoel inzake het tegennatuurlijke kritisch bekeken worden, al kunnen we zeggen, dat zoveel eeuwen geleden Paulus kennelijk ook al datzelfde gevoel heeft gehad. Hiermee komen we op de geschiedenis van de menselijke ervaring, die we de tweede maatstaf noemden om verantwoord met het evidentiebegrip te kunnen werken. We komen m.a.w. op de vraag, of er in deze geschiedenis ook aanleiding ligt om achter de door ons bedoelde evidentie een vraagteken te zetten. Een kenmerk van de Rooms-Katholieke traditie is „ubique, semper, ab omnibus", d.w.z. dat het overal, altijd en door allen geloofd is. Wij zouden deze eis niet aan ons evidentiegevoel willen stellen, omdat een zuiver gevoel in de loop der ge-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 172

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's