1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 162
124
S. J. RIDDERBOS
dere waarde te realiseren." — Ook al wordt echter in dezen het argument van de evidentie legitiem geacht, zo wordt toch tegelijk geponeerd „dat dit begrip met grote voorzichtigheid gehanteerd dient te worden, gezien de vele vergissingen, die hiermee in de loop der geschiedenis zijn begaan." Het wordt tijd eens even terug te zien en met de laatste opmerking zitten we eigenlijk al weer midden in het artikel van Janse de Jonge. De waarde van dit artikel vind ik hierin, dat het er aan herinnert hoeveel natuurbegrippen er voor en na al niet zijn gehanteerd, zodat men wel duidelijk moet zeggen wat men bedoelt, wanneer men bijv. van „contra naturam" spreken wil. Hiermee hangt onmiddellijk samen, dat Janse de Jonge het spreken over „de natuur" terecht heeft gerelativeerd, zodat hij tegen het eind van zijn artikel opmerkt dat de natuur van de mens zich niet in vaste strukturele categorieën omschrijven laat. Dit alles sluit trouwens aan bij de vermaning uit het rapport van het Gesprekcentrum, om het begrip van de „natuurlijke evidentie" in elk geval met grote voorzichtigheid te hanteren. Zeker bij het spreken over de natuur van de mens is dit nodig, gezien de geweldige betekenis die voor zijn bestaan aan de historie en de cultuur moet worden toegekend. Men kan zich inderdaad zo gemakkelijk op de zgn. menselijke natuur verkijken en voor een elementair oer-gegeven aanzien (waarmee „de" mens zou staan en vallen), wat toch niet anders dan een historisch gegroeid cultuurproduct is, om van de wangedrochten der historische ontwikkeling nog maar te zwijgen. Behalve het gevaar van het naturalisme, waartegen Janse de Jonge streed, is er echter ook de mogelijkheid om in het historisme te verzeilen en ook hiervoor heeft men tegenwoordig de wind mee. Het is nog altijd de oude tegenstelling tussen het zijn van de Eleaten en het worden van Heraklitus! Het is goed, dat de laatste ons aan het panta rhei herinnert. Maar hoezeer men ook terecht door het wisselende van de stroom onder de indruk moge zijn, het blijft toch altijd water, dat men aan zich ziet voorbijtrekken. Om van het water tot de natuur terug te keren: ook Janse de Jonge erkent (zoals we zagen), dat het begrip natuur opnieuw waardevol kan worden, als het in een heel complex van humaniserende factoren wordt opgenomen. Nu dacht ik dat, wanneer in de theologie het argument van „contra naturam" tegen de homosexuele relatie wordt gebruikt, de grootste fout niet in de verwaarlozing van deze „huma-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's