Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 220

3 minuten leestijd

174

C. J. DIPPEL

matigheid. In de sfeer van onze natuurkennis is er dan soms een Einstein nodig om onze denkfouten aan te tonen in onze nieuwe gewenning aan de regelmatigheid en in het godsdienstige vlak een Barth om ons er aan te herinneren dat we Gods vrijheid nimmer kunnen vangen in onze menselijke interpretaties of logica. Vandaar dat in de scheppingsleer van Barth, die geheel is opgetrokken op de basis van „Schepping als uitwendige grond voor het Verbond en het Verbond als inwendige grond van de Schepping", het woord contingent dan ook passim voorkomt, in overeenstemming met zijn leer inzake de vrijheid van God. Gods liefde moet worstelend met de contingentie ervaren worden, want zelfs de rationaliteit en gewenning van de gelovende maakt, dat Gods liefde vaak de schijn tegen zich heeft. De contingentie van Gods werk moet onze vooroordelen overwinnen, opdat wij leren kennen. God en ons zelf. Voor wie hier doorheen komt, met veel pijn, vervalt de noodzaak God te rechtvaardigen en hij weet eens voor goed, dat de mens gerechtvaardigd wordt door Gods liefde. De nadruk op de „contingentie" bedoelt nadruk te leggen op de noodzaak van volhardende observeringsarbeid en op het „einmalig" karakter van het gebeuren in de omgang van God met de mens en met de „dingen". De NW is pas succesv;ol_geworden sinds men afzag van het afleiden van het mogelijk gebeuren uit algemene principia, die denkend waren verkregen en overging tot waarnemen en nóg eens waarnemen van de contingentie. Daarom blijft het ook in de gevonden regelmatigheden, die later in staat stellen tot afleidingen in noodzakelijkheid, van wezenlijk belang om het oorspronkelijk contingente karakter zich te blijven herinneren. Het had ook anders kunnen zijn. De NW blijft een ervaringswetenschap en is uiteindelijk hypothese. In het christelijk geloofsleven zou een zelfde volhardende observeringsactiviteit als in de NW moeten bestaan. Daarom zijn de bijbelse verhalen van de werkzaamheid Gods altijd nog belangrijker dan welke belijdenis van algemene geloofswaarheden en -samenhangen ook en dat dan in samenhang met de existentiële strijd van Gods gemeente met God in de voortgang van de geschiedenis. Wij moeten leren waarnemen, vanwege de contingentie. Men moet eens nagaan, hoe vaak in O. en N.T. gesproken wordt van het openen van onze ogen. Job wordt niet overtuigd door afgeleide theologische conclusies, door de christelijke rede, maar door het wijzen op de wonderbaarlijkheid van de Schepping. Ps. 123 leert ons onze ogen op de Here onze God te slaan, totdat Hij ons genadig zij, zoals de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 220

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's