1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 168
130
S. J. RIDDERBOS
gevoel afwijkingen voor, maar dit is dan ook echt een „afwdjking", abnormaal, een teken, dat er bij de betreffende mens wat aan de hand is. Trouwens de hele tegenstelling normaal-abnormaal, gezondziek is alleen met een beroep op de evidentie te verdedigen. Men kan zich bij elke ziekte afvragen, waarom men eigenlijk naar herstel zou zoeken, tenzij men weer primair reageert en het toch maar weer evident vindt, dat het het beste is om gezond te zijn. Maar waarom kon er dan toch bijv. op het Gesprekcentrum zoveel verschil van mening over deze „natuurlijke evidentie" zijn en worden in de laatste zinsneden zij, die hier niet mee willen werken, dan niet als „abnormale" mensen gediskwalificeerd? Dat ligt in onze redenering allerminst opgesloten! Het meningsverschil betrof niet de inhoud van de ev. evidentie, maar wel de vraag of men bij de oordeelsvorming over het verschijnsel van de homosexualiteit met dergelijke gegevens werken mag. M.a.w.: niemand ontkende uiteraard het feit, dat het mannelijk en het vrouwelijk lichaam met elkaar corresponderen en in zover op elkaar gericht zijn, maar uit dit voor iedereen notoire feit wilde niet iedereen dezelfde consequenties trekken. Nu is (gelijk reeds gezegd) een vermaning tot grote voorzichtigheid bij het werken met dit evidentiebegrip in elk geval op haar plaats. In wezen staan we hier voor hetzelfde probleem als wat in de theologie aanleiding heeft gegeven en nog altijd geeft tot een felle discussie over de zgn. „scheppingsordeningen". Er zijn theologen, die dergelijke ordeningen (als bijv. huwelijk, staat etc.) in de huidige wereld menen te kunnen ontdekken en legitimeren als door God de Schepper gegeven instellingen. Anderen zijn vuurbang om uit de toestand van deze (gevallen) wereld te concluderen tot het door God gewilde en zij vrezen, dat op deze wijze het bestaande met een goddelijk aureool wordt omhangen. Op dit laatste standpunt wordt het hele begrip van „scheppingsordeningen" verworpen en in plaats van het redeneren vanuit de schepping wil men dan de werkelijkheid christologisch doorlichten: het houvast ligt niet in ev. scheppingsresten, maar alleen in de verlossing en alleen door Christus is het juiste zicht op deze wereld mogelijk. Er is ook nog een derde mening, die wel haar uitgangspunt in de bijzondere openbaring door Christus kiest maar tegelijk een algemene openbaring in de werkelijkheid van mens en wereld wil erkennen (dit laatste in tegenstelling tot het tweede standpunt). Alleen wordt deze ,,algemene" openbaring dan niet (zoals bij de eerste visie) als een zelfstandige kennisbron gezien, omdat het boek van deze algemene openbaring alleen (zoals de bekende term
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's