1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 222
176
C. J. DIPPEL
tuurfilosoof zal zeggen: het toeval, de willekeur. De gelovende zal antwoorden: God, de drager der contingentie, die mèt ons en mèt de dingen isio). Het woord „toeval" heeft relatie tot de belijdenis van het „Niets", het woord ,,contingentie" tot de belijdenis van God, staande in geloof tegenover Zijn vrijheid. Zo ligt in de woorden „toeval" en „contingentie Gods" een ontmoetingsveld van geloof en NW. Natuurwetenschappelijk weten we, hoe contingent eigenlijk de hoedanigheid van deze wereldgestalte is: verandering van enige fundamentele natuurconstanten en beginvoorwaarden moeten een heel andere wereld kunnen geven, Gelovend kunnen we ook allerhand religies ontwerpen. Het christelijk geloof leert, dat men maar op één manier God kan kennen als Vader en Schepper, nl. in Christus, die deze wereld voor ons toebereidt en voleindigt. Zelfs de Joden, met hun Godskennis hebben dit niet kunnen voorzien. Contingentie. 5b. Unieke ervaring In nauw verband met dit begrip „contingentie" heb ik de categorie „unieke ervaring" gebruikt. De NW heeft ons geleerd, dat „objectiviteit" een grensbegrip is. Daarom heb ik daarnaast gesteld: „publieke" ervaring van de common sense, algemeen toegankelijk en dwingend geldig. De NW erkent de subjectieve ervaring, maar ze elimineert deze ten bate van de beschrijving van de gereinigde publieke ervaring. Ze doet daarmede afstand van de beschrijving van de volheid van de menselijke werkelijkheidservaring. De subjectieve elementen moeten we zelf weer invoegen, wat blijkens de ervaring voor een kleurentelevisiescherm veelal aardig lukt. Uit het enorme veld van subjectieve ervaring heb ik één soort eruit getild: de unieke ervaring, d.i. de ontmoeting met de Ene en Eeuwige, de Vader van Jezus Christus. Deze is méér en anders dan subjectief. God is eigenlijk de enige, waarop de categorie ,,uniek" toepasbaar is. Maar ook de enkele mens — individuum ineffabile —, geschapen en bedoeld als beelddrager van God, mag „uniek" genoemd worden. Daar waar de Unieke er in slaagt door de weerstand en vooroordelen en waarnemingsslordigheid van de unieke mens heen te dringen, vindt „unieke ervaring" plaats. In tegenstelling tot alles, wat we gewend zijn „subjectief" te noemen, veelal bepaald door aanleg en gedragspatroon, stuiten we in de unieke ervaring op een ervaring, die volstrekt onherhaalbaar is en zich ook zo niet herhaalt. In ieder gebeuren, waar iets van God wordt ontmoet, blijkt God „nieuw" in uiterst pregnante zin. Daarom lijken de bijbelse
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's