1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 133
METEN EN WETEN IN DE FYSICA
99
noemen. Het betreft hier de veel voorkomende situatie dat een nieuw te beschrijven gebied vergeleken wordt met een beter bekend gebied. Hebben beide gebieden enkele trekken gemeen dan rijst het vermoeden dat de structuur van beide gebieden analoog zou zijn. Bij een dergelijke analogie-relatie kan dan de beschrijving van het bekende gebied als model optreden voor de beschrijving van het nieuw te onderzoeken gebied. Aan het model worden dan relaties voor de beschrijving van het nieuwe gebied en de wiskundige uitwerking ervan ontleend; vaak maakt deze overdracht een efficiƫnte en snelle aanpak van een nieuw gebied mogelijk. Als voorbeelden uit het verleden noem ik U mechanische modellen gebruikt bij de beschrijving van electrische en magnetische verschijnselen en het al genoemde mechanische model voor de ether; van de analogie-modellen uit deze eeuw noemde ik U al het atoommodel van Rutherford aan de mechanica en electriciteitsleer ontleend. Wat de kernfysica betreft zou ik U kernmodellen willen noemen die voor de beschrijving van de kern gebruikt v/orden, n.l. het druppelmodel waarbij de kern met een vloeistofdruppel wordt vergeleken, een model uit de vloeistofmechanica dus, en daarnaast het schillenmodel voor de atoomkern, een model ontleend aan de schillenstructuur van de eleetronenwolk van het atoom. Altijd weer frappant is de analogie die Fermi gebruikte voor de beschrijving van de beta-radioactiviteit; hij vergeleek het proces van het uitzenden van een beta-deeltje door een systeem van nucleonen met de uitzending van fotonen, electro-magnetische straling dus, door een systeem van electrische ladingen en stromen. Een analogie dus tussen een kernfysisch proces en een proces dat met de goed bekende electrodynamica beschreven kan worden. Een analogie die het mogelijk maakte de beschrijving van de beta-radioactiviteit met succes aan te pakken en die met toevoeging van enkele verfijningen nog steeds functioneert. Naast deze analogie-modellen die geresulteerd hebben in een vrij afgeronde theorie, kan men ook nog zeer beperkte, meer incidentele analogie-modellen in de fysica tegenkomen die in het kader van een al ontwikkelde theorie hun rol spelen, ik denk hier aan de invoering van denkbeeldige oscillatoren in verschillende statistische beschouwingen bijv. over temperatuurstraling, soortelijke warmte e.d. Bij analogie-modellen tracht men wel de relatie van het model tot de theorie te beschrijven met het in de wiskunde bekende begrip isomorfie, waarbij een formele correspondentie tussen de relaties voor
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's