1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 152
114
M. JEUKEN S.J.
Een teken kan twee betekenissen hebben: a. een eidetische betekenis, wanneer wij weten wat het teken betekent of aanduidt, b. een operatieve zin, wanneer wij alleen weten hoe we het kunnen gebruiken, dus wanneer wij de syntactische regels kennen. In de fysika ligt meer de nadruk op b) en dit resulteert in de calculus. In de biologie ligt meer de nadruk op a). 7. Ofschoon in de biologie sterkere nadruk ligt op de relatie werkelijkheid - model dan in de fysika, wil dit toch niet zeggen, dat er in de biologie geen gradatie valt waar te nemen van meer „realistische" naar meer „idealistische" modellen. Integendeel, deze gradatie is er, en de plaats van een model op deze gradatielijn wordt bepaald door de ideeën, die een rol spelen in de relatie model - theorie. Onder ideeën verstaan wij denkprinciepen, aspecten waaronder iets bekeken wordt, een soort ,,denkkapstokken". Deze ideeën laten zich weer verdelen in apriorismen en empirismen. Apriorismen zijn in feite wijsgerige ideeën, gebaseerd op primaire ervaringen, als bijv. „ik besta" of „ik bezit uitgebreidheid", terwijl empirismen wetenschapsideeën zijn, afkomstig van detailervaringen, als bijv. ,,de soorten zijn na en uit elkaar ontstaan". We kunnen stellen dat empirismen steunen op apriorismen, daar deze laatste als wijsgerige vooronderstellingen voor de eersten kunnen worden opgevat. De apriorismen zijn van kwantitatieve en van kwalitatieve aard. I. Het kwantitatieve apriorisme geeft ons de mathematische idee, die in haar uitwerking samen met de organisatie-idee (waarover later) voert tot het empirisme van de cybernetiscJie idee. De cybernetica neemt, als gemathematizeerde theorie, een grote plaats in de biologische modelvorming in. II. Het kwalitatieve apriorisme geeft ons a. de idee der dynamiek, of, anders gezegd, de idee van de functie. Deze laat zich verder specificeren in de causale idee, die naar het „waardoor" van de processen vraagt, en in de teleologische idee, vragend naar het „waartoe", de zin van een proces. Deze beide ideeën hebben een directe concrete uitwerking in de empirie. Zo kan men de voortplanting teleologisch zien als gericht op het instandhouden van de soort, en causaal als veroorzaakt door hormooninvloeden, externe stimuli etc. Beide vraagstellingen vervangen elkaar niet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's